• WandelMeeMetMij

Etappe01 GR130 Nieuwpoort-Haringe

54,86km ─ ↑↓ 33m

Percentage verhard: 95% verhard

Startplaats: Nieuwpoort-bad, Staketsel

Aankomst: Sint-Omaarstraat, Roesbrugge, Haringe

Vervoer: Drop off / Pick up

Hike: Solo


Na Streek-GR Uilenspiegel stond de GR130 Ijzer op het programma. Ik had het idee deze GR in twee delen te stappen, het Belgische deel en het Franse deel. Op twee oktober 2021 startte ik in Nieuwpoort-Bad vanop het staketsel. Echter was er die dag onstuimig weer voorspeld en in Alveringem heb ik er de brui moeten aan geven door de hevige regenval en windstoten. Koppig als ik ben, plan ik op zestien oktober 2021 een nieuwe poging om het Vlaamse deel van de GR130 af te stappen. Sommigen verklaarden me goed zot om hetzelfde traject nogmaals af te stappen en dat ook nog in mijn eentje. Nou, aan die sommigen: jullie kennen me blijkbaar nog niet heel goed ‘grinnik’.


De dag des oordeels is aangebroken, vandaag start ik opnieuw aan het Belgische deel van de GR130 die de Ijzer volgt van monding tot iets verder dan de bron, in Buyscheure (FR). Vandaag zal en moet ik Haringe of alleszins de grens België – Frankrijk halen.


Ik word weer netjes gedropt in Nieuwpoort-Bad door mijn lieve vrouw, waarvoor ik haar weer duizend maal dank! Via de dijk moet ik het staketsel opstappen tot een tweehonderd tal meter zee inwaarts. Hier begint de GR130! Ik krijg een prachtig zicht over de monding van de Ijzer in het gloeiende licht van de zonsopgang. Met dit zicht kan mijn dag al niet meer stuk. Via de Paul Orbanpromenade volg ik netjes de Ijzer die nu op een laag peil staat door het eb-getij. Er is niet veel tijd om stil te staan bij bezienswaardigheden maar ik kan het toch niet laten om even halt te houden wanneer ik het monument voor Prins Maurits tegenkom. Het lezen van het infobord gebeurt vluchtig, ik neem er wel een foto van om thuis te lezen.


“De slag bij Niewpoort in 1600 begon al op 21 juni, Maurits had zich hier hard tegen verzet maar moest toch naar de pijpen dansen van Staten-Generaal. Maurits en zijn leger begonnen met tegenzin aan de veldtocht. De Spaanse legers kregen hier wind van en ronselden op een week tijd een even groot leger bij elkaar als dat van Maurits. Beide legers botsen op elkaar op het strand bij Nieuwpoort met een grote veldslag als gevolg. Uit documenten van die tijd blijkt dat Spanje aan de winnende hand was. Spanje had immers alle manschappen die het leger bezat ingezet en overrompelde dat van Maurits. Maar Maurits had nog een joker achter de hand gehouden en zette het reserve leger op het nippertje in. De overwinning ging alsnog naar de Prins van Oranje. Doch waren de Staten niet tevreden omdat Maurits de veldtocht staakte richting Duinkerke.”


Ik stap verder en kom langs “de Poolreiziger” een monument ter ere van Dixie Dansercoer, een avonturier die in Nieuwpoort vertrok naar Antarctica. Iets verder kom ik nog een merkwaardig iets tegen: “de Nieuwpoortbankboei”. Ook hier maak ik enkel tijd voor een foto en stap weer verder. Ik stap het centrum binnen via het bekende Kattesas en langs de Vismijn.


“Het ‘oude Veurnesas’ of ‘Kattesas’ was een sluis op de aansluiting van de IJzer en de Oude Veurnevaart. De Westsluis, de 13de-eeuwse voorloper van het Kattesas, werd herbouwd toen in 1383-1385 Nieuwpoort een eerste keer versterkt werd. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd geprobeerd om via het Kattesas de IJzervlakte te laten overstromen. Daarom werd vanaf 29 oktober ook via het verlaat van de Noordvaart geïnundeerd. Door de schuifdeuren van het verlaat van de Noordvaart enkele nachten gedurende enkele uren te openen, steeg het water tussen de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort-Diksmuide wel voldoende. De onderwaterzetting van de IJzervlakte betekende het einde van de Slag aan de IJzer. Van het Oude Veurnesas blijven de sluiswanden in blauwe hardsteen bewaard.”


Via de Vismijn been ik me een weg naar het Koning Albert l monument, een imposant monument met Albert I op zijn paard turend over de Ijzervlakte, wakend over de gesneuvelde helden. Via het Ganzenpootcomplex kom ik terug aan de Ijzer waar ik even moet wachten omdat de brug over de Ijzer geopend wordt om een vissersbootje het sluizencomplex te laten invaren. Na enkele minuten kan ik oversteken en kan ik via het fietspad de Ijzer weer volgen. Langs het spaarbekken is er een viscompetitie gaande. Het zicht over het spaarbekken is helaas niet zo spectaculair als op twee oktober. Toen was er een dik pak mist over de Ijzervlakte komen rollen waar ik een prachtige foto aan heb overgehouden. Een beeld vol emotie, een Aalscholver met gespreide vleugels en op de achtergrond een klein vissenbootje. Ik laat de lustige vissers achter mij en stap richting Mannekensvere.


Tussen de E40, waar ik onderdoor stap, en de bekende Uniebrug die ik over moet steken, staat een monument ter ere van het zevende Linieregiment en de slag om de Ijzer. Ik bevind me nu aan de overkant van de Ijzer die ik nog steeds mag volgen. Nu richting de eerste bevoorrading, die ik zelf meesleur uiteraard. Het ronden van dee eerste tien kilometer komt in zicht. Aan een bocht die de Ijzerdijk verlaat, staat een picknick bank waar ik even de tijd neem voor ‘ontbijt’. Ik merk op dat er hier iets verdwenen is. De vorige keer stond hier een kunstwerk ‘Droomvanger’. Deze is nu dus verdwenen, misschien ter bescherming tijdens de winterperiode?


Ik wandel terug langs de Ijzer tot aan de Schoorbakkebrug waar ik links moet aanhouden, weg van de mooie Ijzer. Ik kom langs de Schoorbakkehoeve, een vierkanthoeve die volledig gerestaureerd is. Via het Zijdelingeleed volg ik een asfalt weg die al kronkelend de Ijzer volgt. Op het kruispunt met de Zijdelingestraat en de Tervaetestraat sla ik rechts af. Een gevaarlijke weg, ik ben dus op mijn hoede en wandel dan ook uiterst links. Zonder kleerscheuren bereik ik de Tervaetebrug die ik oversteek.


Iets verder verlaat ik de Ijzer opnieuw en sla rechts af richting Stuivekenskere ‘Stuvvetjes’ om daar de kasteelhoeve Viconia te bewonderen, alleszins het poortgebouw want de hoeve op zich is niet zichtbaar vanop de weg. De vorige keer had ik me laten vangen en was ik doorgestapt naar het centrum van Stuivekenskerke. Deze keer laat ik me niet vangen en trek ik meteen de Viconia Kleiputten in. De markeringen zijn hier wat verwarrend als je ze niet meteen ziet hangen. In de vogelkijkhut neem ik mijn middagpauze, de kaap van de 20 kilometer twintig komt in zicht.


“Aan het begin van de Slag aan de IJzer, oktober 1914, werden de Belgische eenheden uit hun stellingen bij het Vicognegoed verdreven. In het geïnundeerde niemandsland tussen de Belgische eerste linie, spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide en de Duitse eerste linie, de IJzer, werden door beide partijen observatieposten en voorposten ingericht. Deze posten waren enkel bereikbaar via gevaarlijke loopbruggen. Hoger gelegen ‘eilandjes’ groeiden uit tot zwaar versterkte steunpunten met loopgraven, prikkeldraadversperringen, betonnen verdedigingsposten, enzoverder. Onder meer het landgoed Vicogne vormde een belangrijke Duitse voorpost. Door het jarenlange oorlogsgeweld werd het landgoed bijna volledig verwoest.”


Na kilometer éénentwintig kom ik aan in Oud-Stuivekenskerke met zijn verwoeste kapel en uitkijkpost Reigersvliet, een intact oorlogsgebied met enkele monumenten. Ook hier heb ik de tijd niet om stil te staan en neem ik enkel wat foto’s. Ik stap anderhalve kilometer door de velden tot ik terug aan de IJzer kom en deze weer mag volgen richting Diksmuide. Hier passeer ik een monument die reusachtige Petroleumtanks moet voorstellen. Even verder zie ik al de eerste bunkers van de Dodengang, een gerestaureerde oorlogssite waar de Belgische linie en bunkers maar op enkele meters van de Duitse linie liggen. Een kleine kilometer flankeer ik de loopgraven aan mijn rechterzijde met links de Ijzer.


Nog enkele kilometers stappen langs de Ijzer over het fietspad, voorbijgestoken door ‘al dan niet van een bel voorziene’ fietsers om zo aan te komen in Diksmuide. De Hel van 1914 en waar in 1918 niets meer van overbleef. Langs de Ijzertoren gaat het verder door de Ijzerboomgaard en langs de IJzerhoeve. Ik verlaat via ‘‘t Midden van de Wereld’ de Ijzer opnieuw en stap verder richting het pelgrimsoord Sint-Jacobs-Kapelle. Een superklein dorpje met de mooie Sint-Jacobskerk die bewaakt wordt door een ijzeren Sint-Jacobs pelgrim. Hier houd ik dan toch even halt om een pauze in te lassen want kilometer dertig is in zicht.


“Op 4 december 1914 wordt de Sint-Jacobskerk vernield door een Duits bombardement. Enkele muren blijven evenwel recht staan. De koorgevel van de vernietigde kerk wordt door het Belgisch leger met behulp van een hoge ladder gebruikt als observatiepost. De archieven van de parochie en de kerkschatten worden gered en in veiligheid gebracht in de kapel van het hospitaal "L' Océan" in De Panne. In 1925, volgens dossier 1921-1925 Archief Dienst der Verwoeste Gewesten, wordt de kerk op dezelfde grondvesten heropgebouwd naar de plannen van architect Camille Van Elslande. Toch vertoont de wederopbouwkerk stilistisch heel wat wijzigingen ten opzichte van de vooroorlogse kerk.”


Iets verder aan de Y-splitsing gaat het naar rechts waar ik de GR131 in het vizier krijg, deze heb ik enkele maanden geleden al afgestapt en deze volgt mij nu al sinds de doortocht in Diksmuide. Ik stap verder door een eigenlijk nietszeggend landschap: velden, velden en nog eens velden. De boeren zijn wel druk in de weer met ploegen en het ophogen van hun akkers. Ik passeer Oude Kapelle en Nieuwkapelle en dan hebben we de ‘drie kapellen’ gehad. Ter hoogte van de Knockebrug, waar ik rechts moet aanhouden, verlaat de GR131 mij en gaat verder richting ‘De Blankaart Spaarbekken’. Ik stap verder richting Lo-Ringe waar ik uiteindelijk terug langs de Ijzer uitkom. Aangekomen aan kilometer veertig begin ik een opkomende blaar te voelen maar het is nog dragelijk.


Ik blijf de Ijzer voor anderhalve kilometer volgen op een semi-verhard pad tot aan Fintele, een gehucht in Pollinkhove. Hier stap ik over de bekende Fintelesluis die nu tevens een beschermd monument is. Via het fietspad kom ik terug langs de Ijzer terecht. Hier neem ik nog even een kleine pauze om van kousen te wisselen. Het begint te schemeren dus ik zie nog welke kous links moet en welke rechts. Ik word hier ook toegezwaaid door enkele opvarenden van kleine bootjes die van Fintele naar, ik gok, Roesbrugge varen en terug. Ik zwaai vrolijk terug ‘grinnik’ en zet mijn weg verder.


“De Fintelesluis ligt gedurende de Eerste Wereldoorlog nabij het Front maar raakt amper beschadigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt net voor de capitulatie in 1940 de sluis opgeblazen door de Belgen. De Duitse bezetters bouwen de sluis in 1943 terug op. Na de oorlog wordt de scheepvaart op de Ijzer en de Lovaart stil gelegd. Tot op heden wordt de sluis enkel nog gebruikt voor pleziervaarten. De schutsluis en het gehucht zijn sinds 1994 aangeduid als beschermd dorpsgezicht.”


Enkele kilometers verder kom ik aan in Elzendamme, een gehucht van Oostvleteren. Hier moest ik er de vorige keer de brui aan geven en werd ik door mijn vrouw opgehaald. De blaar begint hier wel roet in het eten te gooien en dus besluit ik mijn schoen strak aan te spannen zodat de wrijving in de schoen verkleind wordt. Ik blijf de Ijzer volgen over deels verharde paden met onder andere een fietspad dat in slechte staat verkeert. Nu is het haast pikdonker wanneer ik aankom in Stavele aan de GR-boom. Hier kom ik de GR5A weer tegen, mijn eerste GR ervaring, met zijn drie vintage GR-markeringen. Ik zet me even op de bank om de voeten wat van druk te ontlasten en neem eveneens mijn hoofdlamp uit de rugzak.


“Stavele werd voor het eerst vermeld in 1110 als Stafala, Germaans voor bos op hoge zandgrond. De heerlijkheid was een van de belangrijkere van Veurne-Ambacht. Tot 1715 waren de Heren van Stavele, die tot 1525 ook tot het geslacht van Stavele behoorden, burggraaf van Veurne. De geschiedenis van het dorp hangt ook nauw samen met die van de voormalige abdij van Eversam die in 1091 werd gesticht en op het grondgebied van Stavele lag. Na de Franse Revolutie verdween de abdij.”


Het licht van mijn hoofdlamp is hier echt wel broodnodig als je hier in het donker niet in de Ijzer terecht wil komen. Het wegeltje is hier van zo’n slechte kwaliteit dat ik enkele keren struikel maar toch kan recht blijven. Mijn voeten daarentegen krijgen rake klappen. Door enige straatverlichting aan de horizon en boven op de heuvel aan mijn rechterzijde zie ik een glimp van de Brouckmolen. Ik kan me nog herinneren dat ik hier tijdens de GR5A een Lepelaar heb kunnen spotten. Ook zie ik iets verder het dorpje Beveren-aan-den-Ijzer liggen.


“De Brouckmolen werd in 1862 door eigenaar-molenaar Seraphin George gebouwd ter vervanging van een omgewaaide standaardmolen, zoals in een kadasterdocument van 1862 vermeld: “reconstruction totale ‘d’un moulin à vent à la place d’un moulin détruit par un ouragan”. Aan deze standaardmolen, die dateerde van omstreeks 1759, gingen diverse standaardmolens vooraf waarvan de oudste minstens tot 1350 terugging. Om periodes van windstilte te ondervangen werd omstreeks 1784 bij de windmolen een rosmolen opgericht.”


Ik stap onder de voetbrug door via het pad dat naar het dorp leidt. Ik blijf de Ijzer nog steeds volgen en kom aan de bekende voetbrug in Roesbrugge aan. De brug steekt de Dode Ijzer over die hier zijn monding in de Ijzer heeft. Eindelijk terug licht, ik kan mijn hoofdlamp een paar tellen dimmen zodat ik omwonenden niet verblind. Ik steek de weg over aan de GR-boom en zie dat de GR5A me hier verlaat. Nog steeds blijf ik de Ijzer volgen en tevens krijg ik een stukje onverhard pad onder mijn voeten geschoven. Heerlijk maar ineens krijg ik een pijnscheut ter hoogte van mijn blaar. Ik voel zowaar het vocht ontsnappen, de wrijving is nu niet meer te stoppen en ik moet mijn tempo enorm laten vieren.


Gestaag kom ik vooruit, nog enkele kilometers te gaan terwijl ik zicht krijg op boeren die nog in de weer zijn om maïs binnen te halen. Ik moet hier wel opletten want het gaat hier van links naar rechts. Ik moet er zelfs mijn OSMAND app bijhalen omdat ik de markeringen niet kan zien. Ik kom terecht op de Sint-Omaarstraat die me naar de grens begeleid. Aan de grens met Oost-Cappel word ik door mijn vrouw opgehaald, ook zij had het moeilijk door de slecht verlichte wegen hier. Bij thuiskomst heb ik de schade van nader bekeken en ja hoor het gaat een eindje duren voor ik terug een laagje eelt gekweekt heb ‘grinnik’.



139 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven