Etappe02 GR130 Haringe-Esquelbecq

28km ─ ↑↓ 72m

Percentage verhard: 35% verhard

Startplaats: Roesbrugge, GR-boom GR130-GR5A

Aankomst: Esquelbecq, Station

Vervoer: Twee wagens

Hike: Fabian V. en Wandel Mee Met Mij


Mijn eerste plan om ook het Franse deel van de GR130 in één keer te stappen heb ik niet willen startten. Ik heb gemerkt bij het schrijven van verslagen dat bij ‘monster’ afstanden ik vele stukken van de route niet in me op kan nemen. Door kortere afstanden te wandelen kan ik me meer focussen en hebben de verslagen van een bepaalde etappe meer waarde en meer kwaliteit. Met deze gedachte in het achterhoofd stippelde ik deze etappe vorige week uit. Normaal zou ik aan het station van Esquelbecq parkeren en met mijn onding, mijn plooifiets, naar de grens fietsen in Haringe waar ik vorige keer eindigde. Echter mag mijn plooifiets nog even opgeplooid blijven want Fabian V. kwam met de vraag of hij me mocht vergezellen. Ik dacht meteen ‘Yes’ twee wagens en dus geen plooifiets. Uiteraard ging ik akkoord, ook omdat hij ondertussen mijn wandelmaatje is geworden.


We spreken af op de parking van Esquelbecq waar Fabian me meteen vraagt of ik de andere wandelaars ook gespot heb. Ik heb ze natuurlijk ook gezien en onderweg naar Roesbrugge hebben we het er over. Zouden ze ook op de GR stappen en zullen we ze vandaag kruisen. We parkeren de wagen in het centrum van Roesbrugge omdat er aan de grens in Haringe, waar ik eerder strandde, geen parkeerplaats voorzien is. Ik stap de eerste kilometers dus op bekend terrein. We stappen langs de Ijzer en over de brug waar de Dode Ijzer begint. Een schitterend begin van een etappe als je het mij vraagt zo in het malse gras. Iets verder voorbij ‘Glamping op het Zeugekot’ komen we aan de grens waar mijn blaar het de vorige keer begaf.


We passeren het poortje en komen in het natuurgebied van de Ijzervallei. We stappen parallel met de Zwyne Becque, misschien is deze beek een inspiratie geweest voor de uitbaters van het Zeugekot. We merken meteen dat het hier een beetje zompig wordt. Ik heb vorige keer de wintervariant van de GR130 dan ook links laten liggen. Hopelijk valt het verderop mee en komen we er zonder natte voeten van af. We komen terug aan de Ijzer waar we een bedenkelijke brug over stappen. We kunnen hier even genieten van enkele grote plassen met hun bewoners. Iets verder komen we aan de Heidebeek waar de Ijzer ons verlaat. Hier moeten we wel even over een draad klimmen omdat ons pad onbegaanbaar is geworden.


We stappen nu enkele kilometers door de typische velden zoals we die in West-Vlaanderen ook kennen. Het enige consumptiegewas dat we hier tegenkomen zijn de lekkere spruitjes. Voor de rest zijn de akkers vooral kaal of staan ze in het groen door de groenbemesters zoals koolzaad. Aan de kruising met Rue des Vergers en Rue de Stavele komen de GR130 en de GR130 wintervariant terug samen. Hier kreeg ik een apart gevoel en leek de tijd stil te staan. De houten en betonnen palen die loodzware kabels leken te dragen, het lijkt wel een beeld uit de Eerste Wereldoorlog. Verder gaat het naar Herzeele, een gezellig maar dood dorp. Kuierend door de straten kunnen we genieten van de oudere gebouwen in barok- of Rococostijl. Ook een oud plaatsnaambord weet onze aandacht te trekken. Ik vertel aan Fabian dat Kurt B. hier zeker aan zijn trekken zou komen.


“Herzeele is een gemeente en een plaats in de Franse Westhoek, in het Franse Noorderdepartement. De gemeente ligt in Frans-Vlaanderen, in het midden van het Houtland en de Ijzer stroomt ten noorden van de gemeente. Herzeele grenst aan de gemeenten Bambecque, Houtkerke, Winnezele, Oudezele, Wormhout en Wilder. Herzeele werd voor het eerst vermeld in 1085, als Hersela. ‘Her’ staat voor leger en ‘Sela’ voor huis of zaal. Heer Lodewijk van Herzeele ging in de 11e eeuw ter kruistocht en sneuvelde bij het beleg van Jeruzalem.”


We verlaten Herzeele, met een dubbele e voor alle duidelijkheid ‘grinnik’ en begeven ons terug naar het agrarische landschap. In de verte zien we wandelaars op een bankje zitten, we kijken elkaar aan en vragen ons luidop af als het de andere GR-wandelaars zouden zijn. Inderdaad, het zijn vier GR-stappers die de GR130 in de omgekeerde richting volgen en ze doen dezelfde etappe als wij. We nemen net als zij onze pauze en keuvelen over het GR-avontuur. De vier Gentse heren zijn net als Fabian beginnen wandelen door de eerste lockdown ten gevolge van Corona.


Er is geen GR waar we geen autostrade over moeten steken, althans is dit mijn gedachte. We steken de E42 of Autoroute vers la Mer over en vervolgen onze weg richting Wormhout. Hier komen we een trajectwijziging tegen. Fabian haalt er de OSMAND app bij om de GPX te volgen. Ik vertel hem dat het beter is de markeringen te volgen omdat deze steeds leidend zijn. Met een bang hart gaat hij hier op in ‘grinnik’. Hij vraagt me waarom er trajectwijzigingen doorgevoerd worden waarop ik simpelweg antwoord dat er waarschijnlijk een beter pad gevonden werd of een leuker landschap te bezichtigen is. Er zijn immers zoveel redenen die leiden tot een trajectwijziging. De wijziging opzich is goed gemarkeerd en is zeker de moeite waard om te volgen. De onverharde weg die we volgen gaat hier de doorslag gegeven hebben, de weg heet Chemin de l’Homme Mort en dat maakt het interessant. Via Chemin de la Bazace komen we terug aan de GR130 volgens de GPX.


Iets verder komen we een sterrenwacht tegen, Observatoire Jean-Pierre Rohart, ook iets waar GR-routes dol op zijn. Hier is er ook een lichte trajectwijziging doorgevoerd waardoor je een beter zicht krijgt op de hele oude hoeve die hier nog recht staat. De hoeve dateert uit 1768 of de tweede helft van de achttiende eeuw. Via de mooie vijver en de parking komen we terug op de weg naar Wormhout. De eerste straten van het dorp zeggen niet veel tot we aan de brug komen die de ‘Peene Becque’ over gaat. Hier houden we even halt al weten we beiden eigenlijk niet waarom ‘grinnik’. We kijken even naar de vetgemeste eenden op het water en een rat die het hier naar haar zin heeft. Fabian heeft enkel oog voor een ophoping van bladeren die tegengehouden wordt door een obstakel in het water, kunst? ‘grinnik’.


We stappen nu het hart van Wormhout binnen en staan voor de mooie massieve deuren van de kerk. Ik vraag aan Fabian of hij zin heeft om de kerk even te bezichtigen. Waarop hij instemmend antwoordt. Op dat moment komt er een Fransman ons tegemoet en deze vraagt ons of we een half uurtje tijd hebben. We staan even stomverbaasd naar elkaar te kijken, de man zijn vraag nog vertalend in onze hoofden. We beantwoorden zijn vraag met ‘euhm ah oui, oui’. We krijgen hier zomaar even een privé rondleiding in een prachtige kerk in Wormhout. Door het snelle Frans die de man sprak verstonden we niet alles maar ik heb toch enkele dingen geleerd: onder meer dat het beeld, altaar van Maria altijd in het noorden van de kerk staat en de Heiligen in het zuiden. Maria links en Heilige Saint-Martin rechts. Ook zouden de glas-in-lood ramen het zwaar te verduren krijgen door de zwaartekracht. De onderste panelen zijn op enkele plaatsen geheel verbogen. Na de rondleiding bedanken we de plaatselijke gids, of is het nu de pastoor?, en wandelen verder door het charmante dorp. Ik herhaal nog even dat toeval niet bestaat, moesten we niet even aan die brug gestaan hebben, hadden we geen rondleiding gekregen ‘grinnik’.


“Sint-Maartenskerk Wormhout, Deze kerk is het typevoorbeeld van de Hallenkerk met drie gelijke beuken. De kerk met de Vlaamse spitsbogen werd herbouwd in bruine baksteen, bakstenen van zanderige klei, tussen 1613 en 1616. De hoge en massieve westertoren is van kilometers ver te zien. De Sint-Maartenskerk van Wormhout is erkend als Historisch Monument. Worom-Holt wordt voor het eerst vermeld in de zevende eeuw wanneer in 695 Sint-Winok met zijn drie gezellen, uitgestuurd door Sint Berten, hier aankomen. Ze richten een klooster en hospitaal op. Bij zijn overlijden in 717 werd Winok begraven in de kerk van het klooster. Daarna volgt de vernieling van dat, bijna volledig uit hout opgetrokken, klooster door Noormannen. De relieken van Sint-Winok kunnen gered en in veiligheid gebracht worden in Sint-Omaars in 846. De kerk wordt er herbouwd met onder andere een altaar gewijd aan Sint-Winok. De relieken worden sinds het jaar 900 gedragen in de grote processie. Ook dit heiligdom werd geplunderd, verbrand en vernield in de loop van de eeuwen die volgen. Van 1547 en 1616 is het tijd voor grote verbouwingen en de toren wordt afgewerkt in 1689. In 1793 wordt de punt van de toren opnieuw vernield in de revolutionaire oorlogen, denk maar aan de Slag bij Hondschoote. Het mirakel van Onze Lieve Vrouw der Tranen. Op vrijdag 23 april 1406 vindt de koster, die als eerste de kerk betreedt, aan de voeten van het beeld van Onze Lieve Vrouw haar mantel. Hij hangt de mantel terug om haar schouders maar op zaterdag ligt die mantel weer op de grond. Op zondag 25 april ziet men dat de Maagd geweend heeft, haar gezicht is helemaal vertrokken van verdriet.”


We verlaten het dorp en de volgende site dient zich aan. De site La Plaine au Bois te Esquelbecq laat ons de duistere kant zien van de Tweede wereldoorlog. We nemen de tijd om even over de site te wandelen, langs de graven en in de schuur waar ontelbare herdenkingskruisjes hangen. Ik kan niet anders dan een kruisje achter te laten ook al zijn ze bedoeld voor de monumenten langs de Western Front Way. Op de monumentale heuvel, opgebouwd door de aarde die afkomstig is van de twee poelen, krijgen we een mooi zicht over het landschap.


“Op 28 mei 1940 moeten een honderdtal Britse soldaten van de Royal Warwickshirt Regiment, de Cheshire Regiment en de Royal Artillerie de opmars van de Duitse troepen vertragen. Deze Duitsers zijn onderweg naar Duinkerke waar ze willen vermijden dat geallieerde soldaten geëvacueerd worden, bekend onder de naam Operatie Dynamo. Vijf uur lang moeten zij de opmars van de troepen stuiten, hier in een zone die zich uitstrekt over Ekelsbeke, Ledringem en Wormhout. Negen uur lang zullen ze het uiteindelijk volhouden voor ze zich moeten overgeven. De overlevenden worden gevangen genomen en opgesloten in een schuurtje midden in de weidelanden op een plaats die “Plaine au Bois” wordt genoemd. In dit schuurtje, in feite een afdakje voor de koeien, zal de SS-afdeling Leibstandarte Adolf Hitler de Britten samendrijven en afmaken in de late namiddag van 28 mei. Onder het bevel van Wilhelm Mohnke gooien ze vijf granaten naar binnen, naar de Britten die dicht op elkaar gepakt zitten in dit schuurtje. Negenenzeventig Britse krijgsgevangenen en één Franse krijgsgevangene laten hier het leven na de brute slachtpartij.”


We stappen verder naar het charmante dorp Esquelbecq waar er een kerstmarkt gaande is. Door het vele volk besluiten we niet te blijven plakken. We gaan even de kerk binnen maar dit duurt niet lang. Er is een Sint-Nicolaas viering gaande waar we niet veel oor naar hebben. Langs de kasteelmuren van Château d’Esquelbecq ontsnappen we aan de drukte. Iets verder maken we nog een kleine omweg richting het station. Anders zou het laatste stukje bijzonder saai geweest zijn. Het ommetje brengt ons nog langs een begraafplaats, een Brits militair kerkhof met gesneuvelden uit beide Oorlogen. We stappen verder en slaan links af waar we na een zeshonderd meter terug op de parking van het station aankomen. Ik rij terug naar Roesbrugge, Fabian ligt al snel te knorren.




103 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven