Etappe03 GR130 Esquelbecq-Buysscheure

34,79km ─ ↑↓ 203m

Percentage verhard: 55% verhard

Startplaats: Esquelbecq, Station

Aankomst: Buysscheure, Kerkplein

Vervoer: Wagen, plooifiets

Hike: Solo


Vandaag plooi in mijn fiets nog eens in de koffer en vertrek ik richting Buysscheure. Het is een uurtje rijden dus ben ik al vroeg vertrokken. Zalig als iedereen nog slaapt, de wereld en ik alleen, zo moet dat zijn. Ik kom aan in Buysscheure en ook hier ligt iedereen nog onder de wol. Ik stoom mijn plooifiets klaar en pep mezelf ook nog een beetje op. Google maps navigeert me doorheen de Frans-Vlaamse velden. Google weet me te vertellen dat ik er drie kwartier over zal doen en dat het af te leggen parcours grotendeels vlak is. De hoogtemeter van de Googlewagen moet opnieuw gekalibreerd worden volgens mij. Na enkele heuvels en wat gekronkel door de dorpjes kom ik aan bij het station van Esquelbecq. "'Note to self’: breng een handdoek mee in de winter voor het drogen van je baard!’’


Na even op adem te zijn gekomen en mijn baard uitgewrongen te hebben, kan ik aan activiteit twee beginnen. Het ochtendgloren laat nog even op zich wachten maar er valt voorlopig toch niet veel te zien. De stationsbuurt is zeker geen smaakmaker maar echter een doorn in het oog voor zo’n charmant dorpje.


Wanneer ik de Ijzer vandaag voor de eerste maal oversteek, begint het licht door het duister te breken. Aan de kapel, op de hoek van Chemin de la Cloche en Voie Romaine, sla ik rechts af Vanaf hier wordt de wandeling interessanter met mooie vergezichten. Hier stelt de Ijzer bitter weinig voor, het is niet meer dan een brede gracht die meandert door het heuvelachtige landschap. Ik stap verder richting Bollezeele. Voorbij het grote rondpunt steek ik opnieuw de Ijzer over. Iets verder sla ik rechts af op de Chemin de Cassel en steek de Route de Saint-Omer over.

Hier zie ik een pijl aan de gevel van een hoekhuis hangen met beschrijving ‘La Source’. Ik denk bij mezelf: “Dit kan niet want de bron ligt toch net buiten Buysscheure?” Verward stap ik verder over Chemin des Cinq Rues. Verbaasd en al lachend kom ik aan ‘Source Notre-Dame á Bollezeele’. Een bedevaartsoort voor Christenen. Ik besluit hier even halt te houden voor een suikerwafel en een slok koffie.


“In 1980 werd bij de Source Notre-Dame een kapel gebouwd op de plaats waar een beeld van de Maagd Maria was aangespoeld aan de oevers van de IJzer. Het was een initiatief van Deken Michel Liévin in overleg met de bewoners van de Chemin des Cinq Rues en omwonenden. De Kapel werd op haar beurt ingewijd op 29 juni 1980 door Monseigneur Gand, bisschop van Lille. In 2009 zorgden werken ervoor dat de site nu ook voor minder mobiele mensen bereikbaar is maar op heden zijn deze werken dringend aan onderhoud toe.”


Ik stap verder door het liefelijke dorpje Bollezeele en neem de tijd om er de prachtige kerk ‘Èglise Saint-Wandrille’ te bezoeken. Via het grote plein, het plein is groter dan het dorp, verlaat ik Bollezeele. Het gaat weer door het heuvelachtige landschap, van vergezichten is echter geen sprake meer want de mist komt genadeloos aanzetten. Ik stap in een grote boog dus het linkse landschap blijft onveranderd. Net voor Merckghem kan ik enkele reeën spotten. Wanneer ik in Merckghem aankom, word ik weer verrast door het pittoreske dorp. Hier spreekt men Oud Vlaamsch en hier en daar zijn Vlaamsche Leeuwen te zien. Deze zijn meestal verwerkt in het hekwerk, aan kapelletjes of aan gevels. Het dorp straalt ook enorm veel geschiedenis uit.


“De Ravensberg werd al lang voor de oprichting van het klooster bewoond. Het was trouwens in het oude hof van de heerlijkheid (het Outhof) dat de eerste nonnen onderdak vonden. De initiatiefneemster was Christiana, de lokale vrouwe die al vele decennia weduwe was. In de nadagen van haar leven stelde ze, in de eerste helft van januari 1194 of kort daarvoor, haar weduwengoed ter beschikking van deze stichting. In de bewaarde oorkonden komt het privékarakter van dit initiatief sterk tot uiting. Hierbij speelden de bisschop en de graaf van Vlaanderen bijna geen rol van betekenis. De bisschop beperkte er zich toe Christiana's initiatief te bekrachtigen en de erg late grafelijke tegemoetkoming ging niet verder dan een vrijstelling van leenrechtelijke plichten. Opvallend is dat de beginschenking van 1194 bestemd was voor nonnen die daar expliciet in cisterciënzer habijt zouden gaan leven. Vanaf het prille begin werd dus gekozen voor de cisterciënzer observantie. Hiermee was de Abdij van Ravensberg de eerste echte cisterciënzerabdij in het hele graafschap Vlaanderen. Op heden is er niets meer te zien van de abdij op een grote schuur na. Vermoedelijk stamt de schuur uit de zestiende eeuw, na de plunderingen van de Geuzen.”


Na het verorberen van mijn lunch verlaat ik Merckeghem. Ik maak weer een grote boog rond Merckeghem waar ik enkele kapelletjes tegenkom met opschriften als ‘O.L.V. van de Krampen’ en ‘O.L.V. van Troost bidt voor ons’, of de huidige bewoners dit nog kunnen lezen blijft een raadsel. Enkele kilometers verder zijn loonwerkers bezig met het plunderen van suikerbieten. Drie grote mastodonten van rollend materiaal spuiten de bieten op een hoop. Iets verder zie ik Bollezeele liggen, van een grote U-bocht gesproken. Hier kom ik de Ijzer terug tegen en steek ik deze ook terug over.


Ik blijf de Ijzer nu kilometers volgen tot ik aan de bron uitkom. Ik verlaat de GR even om de bron te gaan zoeken. Via een wandelpad kom je na een driehonderd meter uit aan een waterpoel. Deze poel wordt gevoed door een bron. Het overtollige water verdwijnt via een klein beekje doorheen het gebied van de bron. Hier begint de Ijzer, maar ook in Lederzeele en andere dorpen wordt beweerd dat zij de bron van de Ijzer bezitten. Kortom, er zijn verschillende bronnen die de Ijzer voeden en daarom keer ik iets of wat ontgoocheld terug naar het GR-pad.


“Wie op zoek gaat naar de bron van de IJzer keert ontgoocheld terug. De oorsprong van de IJzer is immers niet als één punt op het terrein aanwijsbaar. De literatuur blijft zeer vaag over de bron van de IJzer of situeert deze telkens weer op een andere plaats. Net zoals de meeste andere rivieren ontstaat de IJzer uit een samenvloeiing van meerdere kleine beekjes. Het brongebied van de Ijzer bevindt zich een tiental kilometer ten noorden van Saint-Omer in Frankrijk. Het IJzerbekken loopt er uit in een amfitheater-vorm. Een ondoordringbare kleilaag zorgt ervoor dat het neerslagwater niet diep in de ondergrond kan doordringen. Veel water stroomt gewoon oppervlakkig af. Het water dat toch in de bodem doorsijpelt, komt vaak spontaan weer aan de oppervlakte als bron of in een drassige weide. Er vormen zich beekjes die zich groeperen tot kleine riviertjes waaraan namen worden gegeven. Stroomopwaarts van het dorp Broxeele vertakt de IJzer in een netwerk van naamloze grachten. Deze grachten worden niet op een topografische kaart weergegeven. Als we de gracht volgen met de langste loop, de grootste hoogteligging, het grootste afvoerbekken en het grootste debiet, dan komen we uit op de Haeneberg (35 m), nabij het gehucht Le Long Champ in de gemeente Lederzeele. Dus velen gaan ervanuit dat de ‘Source’ in Lederzeele ontspringt.”


Ik heb nog een drietal kilometer voor de boeg door de velden rond Buysscheure. Jammer genoeg kan ik er niets van zien door het witte canvas dat een paar meter voor mijn voeten aan de aarde is vastgeniet. Het witte doek met een korte bruine of groene horizon heeft wel iets mysterieus dus kan ik daar toch nog van genieten. Aan de kruising van de Pauwer Straete en de Cuisine Straete komt de GR128 me nog even vergezellen. Niet veel verder kom ik terug aan de kerk waar ik vanmorgen vertrok met mijn plooifiets.


Echter zie ik mijn auto niet meer staan, rond de kerk staan nu allemaal kerststallen. Mijn hart gaat wild te keer. ‘Mocht ik hier niet parkeren?’ Mijn Frans is niet bijzonder goed dus ik besluit rond de kerk te stappen. Met de gedachte dat mijn wagen gesleept is, begin is toch te twijfelen of hier nu al dan niet een parkeerverbod van kracht is maaar ik kan het mij niet herinneren. Wanneer ik bijna rond de kerk gestapt ben en bijna op de plek ben waar mijn wagen geparkeerd stond. Slaak ik een diepe zucht: “Hij staat er nog!” Ik heb amper plek om te manoeuvreren om tussen de stalletjes uit te geraken. Met een bonzend hart ga ik op weg om mijn fiets op te halen en terug naar huis te rijden.


“Jan Baptist van Grevelynghe, geboren in Buyscheure in 1767 en overleden in Noordpeene in 1842. Hij was een Frans-Vlaams volksfiguur, marktkramer en toneelschrijver. Hij had een aparte bijnaam: ‘Tisje-Tasje’. Tisje kwam van zijn voornaam Baptist en het 'Tasje' had te maken met zijn werkzaamheden als marktkramer van tassen. Zijn kleurrijke leven en levenswandel inspireerde volksauteurs. Naar hem werd de populaire vooroorlogse volkskalender Tisje-Tasje Almanak vernoemd. Ook de reus van Hazebrouck,1947, werd naar hem vernoemd. De Vlaamse Toeristenbond van ‘Bachten de Kupe’ bracht in de jaren 1960 een tweetalige gedenkplaat op de kerkgevel van Noordpeene aan.”


Buysscheure, ik zal je nooit meer vergeten ‘grinnik’ en ik kom nog terug voor de GR128. Ik kan weer een GR bij op mijn teller zetten. De GR130 heeft me toch weten te charmeren, desondanks het feit dat deze voor 80% verhard is. Wandelen met de Ijzer als leidraad en fungerend als verbinding tussen volkse en pittoreske dorpen. Een aanrader, bij droog weer.




55 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven