Etappe03 LAW11 Terneuzen-Hansweert

42,00km ─ ↑↓ 75m

Percentage verhard: 35%

Startplaats: Fortweg, Ellewoutsdijk

Aankomst: parking Zijpe, Hansweert

Vervoer: Wagen

Hike: Fabian V. en WandelMeeMetMij


Het is weer even geleden dat we van Bentille naar Terneuzen stapten over de LAW11 en besluiten morgen ons pad te vervolgen. We zoeken even uit waar we het beste onze wagens kunnen achterlaten. De eindbestemming lag al even vast, Hansweert. Om de Westerschelde over te steken vanuit Terneuzen kan je enkel kiezen voor openbaar vervoer of eigen vervoer en om wachttijden zo beperkt mogelijk te houden, kiezen we voor onze eigen wagens. Normaal hadden we gepland te starten aan de parking van het Tolplein maar we zijn beiden van mening dat we dan enkele kilometers van de LAW11 zullen missen. We kiezen daarom om te starten aan het fort in Ellewoutsdijk.


Vandaag is het dan zover eindelijk nog enkele kilometers van het Grenslandpad afstappen. Het belooft een warme dag te worden dus voorzie ik mijn rugzak van een camelbag gevuld met drie liter water, enkele versnaperingen en wat frisdrank. We spreken om 0800 uur af op de parking van ‘Hansweertse Boys’, een sport en recreatief terrein. Van hier uit gaat het richting Ellewoutsdijk aan het immense fort.


“In 1830, net na de onafhankelijkheid van België, begon Nederland met de bouw van kustforten aan beide oevers van de Westerschelde om controle te krijgen op de scheepvaart richting Antwerpen. De forten moesten voorkomen dat schepen naar Antwerpen konden varen en dit fort moest ook de marinebasis en handelsstad Vlissingen beschermen. Rond Terneuzen werden ook tussen 1833 en 1839 diverse vestingwerken gebouwd. Aan de overkant van de Westerschelde, net boven Terneuzen en aan de zuidkant van de Ellewoutsdijkpolder, begon men in 1835 met de bouw van fort Ellewoutsdijk. Het fort zou echter niet lang in dienst blijven omwille van het ‘Verdrag van Londen’ dat in 1839 afgesloten werd tussen België en Nederland om zo aan een neutraal politiek tijdperk te beginnen.”


We stappen naar het voet- en fietspad dat de Westerschelde flankeert. We volgen de dijk enkele kilometers tot we aan de autoweg komen. We staan nu met de handen in het haar want we kunnen de LAW11 natuurlijk niet volgen via de autoweg. We stippelen met de OSMand-App een route uit die min of meer gelijkloopt met de autoweg. We stappen langs prachtige natuurreservaten waar het wemelt van de weide- en zeevogels. Deze inlagen of polders zijn beschermd volgens de Natura2000 wetgeving en dit is zeker terecht! Bij elk geproduceerd volgelgeluid probeer ik de vogel te benoemen. Fabian vertelt me dat ik hem kan wijsmaken wat ik wil omdat hij helemaal niets weet over vogels. Het vertrouwen in mijn bescheiden kennis is niet te groot blijkbaar ‘grinnik’. Ik kan de tureluur, grote stern, dwergstern, visdiefjes, enkele meeuwen en de scholekster spotten. De dwergstern durft vrij dicht te komen en landt op een originele manier op de paaltjes van de omheiningen.


“Na de Val van Antwerpen in 1585, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de Westerschelde door de Noordelijke Nederlanden voor doorgaande zeescheepvaart van en naar Antwerpen 'gesloten'. Deze 'sluiting' duurde tot 1792. In 1809 vond er een Britse inval in Zeeland plaats, de Walcherenexpeditie. Het doel van de Britse expeditie was om het Franse eskader in Vlissingen te veroveren. Daarnaast waren de Britten van plan om Antwerpen in te nemen.”


Op een gegeven moment verlaten we de dijk en volgen we de autoweg via de Jurjaneweg, een loodrechte weg die we drie kilometer volgen tot we rechts afslaan richting het Tolplein. Via een open deur komen we op het terrein en via de voetgangersbrug komen we aan de andere kant van de autoweg. Nu kan onze officiële tocht beginnen na een aanloop van elf kilometer ‘grinnik’. Dat hebben we toch even onderschat.


Al snel verlaten we de site aan de autoweg en zetten we koers naar ’s-Heerenhoek en net voor dat we het centrum willen binnen wandelen merken we dat we verkeerd zitten. We moeten het centrum dus links laten liggen. De markeringen kunnen hier en daar toch een opknapbeurt gebruiken. We stappen langs de Paardengatsche Watergang waar we een mooi zicht krijgen op het dorp. Aan de Werrilaan gaat het naar rechts waar we begroet worden aan een wafelkraam dat we links laten liggen. Iets verder gaat het naar links, onze eerste polderdijk die we mogen beklimmen. Hier houden we halt om onze lunch te verorberen.


Het gaat na onze lunch verder over de groene polderdijken die aan elkaar geregen worden door verkeersluwe wegen. Langs de Oudekamersedijk worden we verrast door iets waar we ons totaal niet aan verwacht hadden. Deze dijk wordt omzoomd door lindebomen en aan elke boom staat een paaltje met de namen van kinderen. Eerst is het niet zo duidelijk over wat dit gaat tot we enkele opschriften lezen. Wat eerst onduidelijk was wordt nu een harde, duidelijke en emotionele realiteit. Het gaat hier om een herinneringsdijk ter nagedachtenis van kinderen die gestorven zijn aan ongeneeslijke stofwisselingsziekten.


“Elk jaar sterven er tig kinderen aan het gevolg van verscheidene stofwisselingsziekten, iets waar ik toch graag aandacht wil voor vragen. In mijn ogen is het sterven van een kind een niet te verdragen verdriet. Ik zal binnenkort vader worden en de gedachte dat mijn kind dit lot zou toegeschreven worden, kan ik niet vatten. Als ik dan de verhalen lees van de ouders, broers of zussen van de overleden kinderen die hier herdacht worden op deze prachtige dijk rollen de tranen over mijn wangen. Afschuwelijk, het sterven van een kind. De vele verhalen kan je terugvinden op de wisselstof.nl, aangrijpend en hard om lezen toch wil ik graag zo een verhaal delen.


‘Roxanne heeft slechts twaalf dagen geleefd. Haar moeder schreef een mooi gedicht een paar dagen na het overlijden van haar kind. In 1999 is er voor haar een lindeboom aangeplant op de herinneringsdijk in Zeeland.


Lieve Roxanne


Mijn zwangerschap was mooi en duurde 42 weken Papa, Samantha en ik hebben heel erg naar jouw uitgekeken Je bent lekker thuis geboren, op woensdagochtend rond half 9 Maar wat daarna gebeurde, zat verschrikkelijk tegen


Jouw ziekte bleek ongeneeslijk, je tijd bij ons maar even We hebben geprobeerd deze tijd intens te beleven Als het maar even kon, lag je heerlijk tegen me aan Het liefst op mijn borst, zodat je mijn hart kon horen slaan


Roxanne, mooi meisje, lieve kleine schat Ik had je zo graag veel langer bij me gehad Het mocht maar 12 dagen duren, 12 dagen, maar toch voor altijd Ik word voor de rest van mijn leven, door jouw lichtjes geleid


Dag meisje'”


Aan de virtuele kilometer tachtig komen we aan een plas, het Schouwersweel. Even een verademing na de emotionele trip over de herinneringsdijk. Het gaat verder over onverharde wegels langs schorren en kreken tot aan de Nissezandweg waar we rechts afslaan. Wat verder komen we aan in het gezellige en pittoreske dorp Nisse. Niet ver van de prachtige Mariakerk besluiten we om op een terras een fris biertje te bestellen. Fabian verkiest een Affligem witbier en ik probeer mijn eerste Brugse Zot. Na het ledigen van het bierglas zetten we onze tocht verder.


“De meest karakteristieke aspecten van Nisse zijn het grote rechthoekige dorpsplein met aan de zuidkant de Mariakerk met de toren uit de vijftiende en zestiende eeuw. De uitbreiding van het smalle rechthoekige plein werd al vernoemd in 1326. Ze wilden hiermee het rijke voorkomen van het dorp vergroten en meer marktkramers aantrekken. Zeeland heeft vele dijkdoorbraken gekend. Vele namen verwijzen naar de restanten ervan zoals, welen, putten, brilletjes en brillekens. In de rest van Nederland spreekt men van een wiel of waal. Bekend in Zeeland zijn ‘De Grote Put’ bij IJzendijke, ‘de Keizerput’ bij Overslag, ‘de Brillentjes’ van Breskens en ‘de Brilletjes’ van Nisse. Welen zijn kolkgaten die ontstaan zijn na een dijkdoorbraak en zijn rond van vorm. Als een dijk bij een hoge stormvloed doorbreekt, stort het water met kracht in de polder.”


Al snel laten we het kleine dorp achter ons en stappen we via onverharde dijken verder onder het toezicht van de kerk van Nisse. We komen nog enkele Welen tegen waaronder Valweel en de immense Zwaacksche Weel. Hier krijgen we een prachtig uitzicht over het water. We stappen langs smalle paden en doorkruisen weides die omzoomd worden door meidoornhagen, een typisch zicht in Zuid-Beveland. We komen aan het ’s Gravenpoldersche Weel en krijgen zicht op De Korenhalm molen, ook weer een typisch Nederlands uitzicht. We worden twee kilometer langs de Weeldijk teruggebracht naar de Westerschelde dijk.


“Ooit was de Zwake een drukbevaren getijdenkreek tussen de Honte, de Westerschelde en het Veerse Gat. In de dertiende en veertiende eeuw werd ‘de Zwake’ geleidelijk ingepolderd. Na deze inpoldering bleef er weinig over van deze dynamische zeearm. Het restant, de Zwaaksche Weel, is dus geen weel maar een kreekrest. Het ligt tussen ‘s-Gravenpolder en Nisse. Eén van de laatste dammen die in de Zwake werd aangelegd, was de dam nabij Nisse. De Louisepolder was toen nog zee. De zanderige bodem waar de dam op gebouwd werd bleek weinig stabiel om een flinke storm te weerstaan. Bij de stormen van 1511, 1513, 1514 en 1519 was het dan ook raak en brak de dam door.”


“De Korenhalm is een korenmolen aan de Korenhalmdijk aan de rand van 's-Gravenpolder. Het is een ronde uit baksteen opgetrokken stellingmolen uit 1876. De kap van de molen is gedekt met dakleer en de molen heeft een vlucht van drieëntwintig en een halve meter. De hoogte van de stelling is negen en een halve meter. Het is een beeldbepalende molen die van alle kanten goed zichtbaar is.”


We stappen langs de Biezelingsche Ham waar ik enkele bergeenden weet te spotten. Hier op de dijk wordt het wel erg heet. De verhoogde dijk langs het pad zorgt ervoor dat het briesje niet tot bij ons geraakt. We stappen vier kilometer over de dijk en het lijkt maar niet te stoppen, na de bocht van de Kapelleplaat gaat het gewoon verder. In het totaal stappen we vijf en een halve kilometer langs het water en in de zinderende hitte. We gaan via de trappen over de dijk richting de parkeerplaats van ‘DeBoys’. Op die laatste vijfhonderd meter wordt het mij te veel en word ik aan de wagen letterlijk gevloerd door de hitte. Het is een knappe en gevarieerde etappe maar ik spuug letterlijk gal op die laatste vijf kilometer langs de eentonige dijk.


Voor alle zekerheid laat ik Fabian terug naar Ellewoutsdijk rijden zodat ik een beetje door het raam kan uitwaaien, waar is die Brugse Zot als je hem nodig hebt ‘grinnik’. Bij het terug naar huis rijden moet ik halverwege de terugweg toch even stoppen. Per geluk vind ik druivensuiker in mijn rugzak die ik dan ook meteen naar binnen werk. Het geeft mij toch een opkikker waardoor ik veilig kan verder rijden.




50 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven