Etappe04 SGR Heuvelland Sainte-Marie-Cappel - Boeschepe

28,52km ─ ↑↓ 474m

Percentage verhard: 60%

Startplaats: Kerk, Sainte-Marie-Cappel

Aankomst: Kerk, Boeschepe

Vervoer: Wagen

Hike: Lieve D., Fabian V., Els D., Lisa R., Johny G. en Wandel Mee Met Mij


Ik ben alweer toe aan de voorlaatste etappe langs de Streek-GR Heuvelland. Ik had enkele dagen geleden een oproep gelanceerd in één van de zovele Facebookgroepen. Deze keer deed ik een poging in de groep “Wandelmaatjes Vlaanderen” en met succes. Ik kreeg enkele berichten met vraag naar de nodige info. Ik vertrek wat vroeger om zeker als eerste aan te komen in Boeschepe, we hebben aan de kerk afgesproken tegen 0800 uur. Ik ben er een half uurtje te vroeg maar na vijf minuten zie ik Els aankomen. We stellen ons aan elkaar voor en wachten op de rest. Ondertussen komt er iemand bij ons staan en deze vraagt ons of het hier te doen is voor de wandeling. We stellen ons opnieuw voor aan Johny en niet veel later komen Lisa, Fabian en Lieve ons groepje aanvullen. Het is ondertussen enkele minuten na 0800 uur en we beslissen om te vertrekken naar het startpunt. De laatkomers hebben ongelijk ‘grinnik’.


We vertrekken vanuit Sainte-Marie-Cappel aan de toch wel mooie kerk. Aan het bierhuis waar we vorige keer onze dorst uiteindelijk wel konden lessen, gaat het meteen naar links via de Petit Chemin d’Oxelaëre. Els vraagt meteen welke markeringen we volgen, waarop we meteen antwoorden de geel-rode markeringen van de Streek-GR Heuvelland te zoeken. Via smalle wegen en schitterende uitzichten gaat het richting Cassel.


“Op de begraafplaats van Sainte-Marie-Cappel ligt het graf van een Brit die sneuvelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Robert Baines Cole, geboren in 1919 en kanonnier bij de Royal Artillery, sneuvelde op 27 mei 1940 op eenentwintigjarige leeftijd.”


Via de Prince Weg beklimmen we de muur van Cassel. Eenmaal boven volgen we even de vesten van de stad, muren zijn er behangen met welriekende klimrozen. We steken een kruispuntje over en zien rechts de Porte d’Aire. We komen uit op Place Général Vandamme en krijgen een fenomenaal uitzicht richting Hardifort. Via Rue Saint-Nicolas passeren we aan het park en Mont Cassel. Fabian, Lisa en Els zijn al wat verder gestapt maar de oudere garde en ikzelf willen een ommetje maken door het park. Ik roep hen dus terug en samen krijgen we zicht op Kastel Meulen. Bovenaan de trappen krijgen we weer een uitzicht om “U” tegen te zeggen, dit keer kijken we uit op Bavinchove. Iets verder komen we aan het toppunt van het park, het monument ter ere van de held van Frankrijk, Ferdinand Foch. Via Mont Cassel stappen we langs de trappen terug naar beneden en iets verder staat er een volgend monument ter nagedachtenis van de vele veldslagen om Frans-Vlaanderen. Nog enkele trappen en we zetten voet in het hartje van de stad. We stappen over het plein en verlaten het centrum via de begraafplaats.


“Bij Cassel werden drie veldslagen uitgevochten. Een gedenkteken dat herinnert aan de veldslagen staat op Mont Cassel. De slag bij Cassel werd op 22 februari 1071 op de noordoostelijke flank van Mont Cassel uitgevochten. Het gevecht ging over de troon van het Graafschap Vlaanderen, Robrecht de Fries trok ten strijde tegen graaf Arnulf de Derde. Robrecht de Fries trok aan het langste eind wanneer graaf Arnulf werd neergehaald door Gerbod de Vlaming. Na de slag werd Robrecht als nieuwe graaf van Vlaanderen erkend door koning Filips de Eerste. De Slag bij Cassel werd op 23 augustus 1328 uitgevochten door het Vlaamse kerelsleger, boerensoldaten, tegen het Frans leger. De Vlamingen daagden de Fransen uit met een rode vlag waar ze een haan op geschilderd hadden met een schimpig opschrift: ‘Quand ce coq chanté aura, Le Roy Cassel conquettera.’ ‘De gevonden koning zal hier binnenkomen, Wanneer deze haan gekraaid zal hebben.’ Echter zal het lachen de boerensoldaten vlug vergaan want de Fransen verpletterden het Vlaamse kerelsleger. Op 10 april 1677 werd de Slag bij Cassel, soms ook Slag aan de Pene genoemd, in de buurt van de stad Cassel uitgevochten. Willem de Derde besloot de belegerde steden te ontzetten. Vanuit Ieper marcheerde hij, aan het hoofd van een leger van tweeëndertigduizend man, via Poperinge en Okselare op naar de Casselvallei. Filips van Orléans die de aantocht vernam, trok hun tegemoet en ontmoette de Staatse troepen aan de Penebeek tussen Noordpene en Zuidpene. Lodewijk de Veertiende stuurde hem vanuit Kamerijk vijfentwintigduizend voetknechten en negenduizend cavaleristen onder bevel van maarschalk Luxembourg. Bij het vallen van de avond maakten zesenzestigduizend soldaten zich op voor de strijd. De Staatse legers vielen aan zonder het terrein eerst te hebben verkend. Hierdoor kon maarschalk Luxembourg hen verrassen door een cavalerie aanval in de Nederlanders hun flank. Willem de Derde moest de aftocht blazen.”


Via een onverhard pad gaat het naar beneden, het hoogste punt van de afdaling bevindt zich op honderdveertig meter boven de zeespiegel. Na achthonderd meter staan we beneden op tachtig meter boven de zeespiegel. Het irritante wespengeluid van het motocrossparcours kan me niet bekoren maar Lieve en Johny zouden er maar al te graag een toertje maken. We steken de drukke D916 over en duiken meteen terug het groen in. Hier komen we enkele mountainbikers tegen waarvan de laatste een lekke band krijgt wanneer wij passsssseren. Hopelijk heeft de man een reservetube mee. Verder kruisen we typische Franse Vlaamse straatnamen als Standaert Straete, Corenhuys Straete, Rue des Frères Patteyn en de tofste van allemaal Chemin du Groene Straete. We zien de Drievenmeulen en de Noordmeulen opduiken met op de achtergrond de enorme kerk van Steenvoorde.


“In 1214, tijdens de Frans-Engelse oorlog, werd Steenvoorde in de as gelegd door prins Lodewijk de Achtste. In 1553 werd het stadje nogmaals verwoest door keizer Karel de vijfde. De gemeente is vooral bekend omdat hier op 10 augustus 1566 de Beeldenstorm begon tijdens een populaire processie voor de heilige Laurentius. Na een hagenpreek van Sebastiaan Matte braken een twintigtal van zijn volgelingen de beelden van de Sint-Laurenskapel. Vijf dagen later was de parochiekerk van Steenvoorde aan de beurt. De kerk heeft een bewogen historie want ze werd op 15 augustus 1566 het slachtoffer van de Beeldenstorm, brandde af in 1576 en werd nog eens verwoest door de Fransen in 1644. Ze werd in laatgotische stijl herbouwd vanaf 1660, dit nam vier jaar in beslag. De toren dateert uit 1712 en de bakstenen spits werd in 1890-1891 gebouwd. De voorgebouwde toren die we vandaag zien is zesennegentig meter hoog, de spits neemt hiervan veertig meter voor zijn rekening.”


Buiten de prachtige molens en de enorme kerk met aparte toren heeft Steenvoorde niet veel te bieden en dus stappen we verder. We steken even verder de E42 over en zetten koers naar Godewaersvelde en zijn terwijl op zoek naar een bankje om onze ‘stutten’ op te eten. Aan de Église Saint-Pierre staan twee prachte stenen banken ons op te wachten. Lieve daarentegen heeft een beter idee en zet koers richting L’Estaminet, een lokaal eet- en bierhuis. Ze vraagt aan de vrouw des huizes of wij gebruik mogen maken van het buitenterras om onze lunch te nuttigen. We hebben geluk en mogen met ons zessen zetelen op het terras dat uitkijkt op de prachtige kerk. Om onze dankbaarheid uit te drukken bestellen we iets om te drinken. Ik trakteer en bestel een ‘Mont des Cats’, een fris en fruitig amberkleurig biertje. Lieve weet me te vertellen dat het bier enige geschiedenis bevat maar kan me niet precies vertellen waar het juist over gaat. Ik bekijk het flesje en mijn geschiedenisknobbel puilt uit ‘grinnik’.


“De abdij van Mont des Cats had tussen 1848 en 1907 als voornaamste inkomen het produceren van bier maar tijdens de Eerste Wereldoorlog bij het bombardement op Steenvoorde en de omgeving werd de brouwerij in 1918 verwoest. Na de oorlog werd de brouwerij niet heropgebouwd en dus teert de abdij nu op het produceren van kaas. De abdij besloot in 2011 om het bier nieuw leven in te blazen en vroeg aan hun broeders van de abdijbrouwerij Scourmont of ze de ‘Mont des Cats’ wilden brouwen. De broeders uit Chimay gingen hierop in en dus kunnen wij weer genieten van deze amberkleurige trappist die in principe geen trappist genoemd mag worden omdat deze niet in de abdij van Mont des Cats gebrouwen wordt.”


We verlaten Godewaersvelde en stappen verder over heuvel en dal. Als we voorbij een militaire begraafplaats komen, merken we ook dat we terug korter richting de frontstreek stappen. We stappen weer door het groen en zien in de verte Mont des Cats opdoemen met de torentjes van de abdij. We schampen af langs de heuvel en de abdij en stappen richting Mont de Boeschepe die zich op honderdnegendertig meter boven de zeespiegel bevindt. We nemen hier afscheid van de Streek-GR en stappen verder over de uitloop die ik uitstippelde richting de molen van Boeschepe die je van ver al ziet staan. Eerst dalen we de heuvel terug af via een onverharde holle weg tot we aan het Vlaamsch kapelletje uitkomen nabij het centrum van Boeschepe. We moeten terug de heuvel op om iets te gaan drinken aan de Ondankmeulen. Els laat ons begaan en neemt afscheid, ze stapt verder richting haar wagen aan de kerk. Eenmaal we aankomen bij de molen blijkt er een feestje aan de gang te zijn en keren we onbeschonken terug naar de kerk van Boeschepe. Maar daar keert ons ongeluk, het plaatselijke bierhuis is geopend. We bespreken de etappe en de data die daarbij horen en we blikken terug op een geslaagde dag!


“Godewaarsvelde lag tijdens de oorlog in geallieerd gebied. De begraafplaats werd in juli 1917 gestart door drie veldhospitalen die naar Godewaarsvelde waren overgeplaatst. Ook tijdens het Duitse lenteoffensief van 1918 bleven Britse veldhospitalen en gevechtseenheden de begraafplaats gebruiken. In mei en juni 1918 werden er ook Fransen begraven. Na de oorlog werden vijf graven van de Royal Field Artillery, die nabij de Katsberg lagen, naar hier overgebracht. Het Frans perk werd ontruimd en de graven werden naar elders overgebracht. In 1953 werden hier nog vier oorlogsgraven uit het kerkhof van Godewaarsvelde bijgezet. Er rusten nu achthonderdvijfennegentig Britten, vijf Canadezen, vijfenzestig Australiërs, twee Nieuw-Zeelanders, twee Zuid-Afrikanen, drie Indiërs en negentien Duitsers. Voor één Brit werd een Special Memorial opgericht omdat zijn graf niet meer teruggevonden werd. Één van de Nieuw-Zeelanders is Elise Kemp, een Nieuw-Zeelandse verpleegster bij de Territorial Forces Nursing Service. Zij kwam om tijdens een luchtaanval op 20 november 1917.”


We keren allemaal met een tevreden gemoed weer naar huis. Aan Els wil ik nogmaals een proficiat toewensen want zij deed zomaar even tien kilometer extra boven op haar persoonlijk record van achttien kilometer. Ik weet dat wandelen geen race is en dat er niets te winnen valt maar toch een mooie effort!




76 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven