top of page

Etappe05 GR128 Zermezeele - Godewaersvelde

23,65km ─ ↑↓ 366m

Percentage verhard: 45%

Startplaats: Kerk, Zermezeele

Aankomst: Kerk, Godewaersvelde

Vervoer: Wagen

Hike: Fabian V., Irida R., Rik H., Patrick V., Els V., Daniel D., Jo C. en Wandel Mee Met Mij


Eindelijk, het is 8 januari 2023! Mijn eerste wandeling na enkele maanden op non-actief te hebben gestaan. Mijn laatste Wandel Mee Met Mij wandeling was met Rik H., dat was de derde etappe van de GRP Audomarois op 16 oktober 2022. Op 17 november 2022 veranderde ons leven vrij drastisch om het zo dramatisch uit te drukken. Om 1800 uur werd onze dochter Thyra geboren en meteen veranderde de hele wereld. Wandelen werd even bijzaak maar ik begon het toch te missen toen het nieuwe jaar aanbrak. Vandaag is het dan zover en ik ben niet alleen want maar liefst zeven mensen willen deze eerste tocht van het jaar met me delen. Vooral nieuwe gezichten maar toch ook enkele oude bekenden stappen samen met mij van A naar B. Voor velen is dit de eerste keer dat ze een lijnwandeling gaan aanvatten. We komen samen op het gewoonlijke uur aan de kerk van Godewaersvelde en niet veel later rijden we met twee wagens naar de kerk van Zermezeele waar ik vorige keer eindigde met Johny G.


Via de Romeinse heirbaan van Cassel naar Mardyck verlaten we het kleine centrum van Zermezeele. We gaan meteen naar links waar we de velden tegemoet stappen. Het duurt niet lang voor we de eerste modderstroken tegenkomen. Fabian vroeg me eerder nog of het modderig zou worden op deze wandeling waarop ik liet weten dat ik daar geen antwoord op heb. Via de velden met zicht op Cassel en modder onder de voeten komen we terug op de bekende Romeinse heirbaan en steken we de Route de Watten over. Aan de rand van het bos zie ik al een jager die op de uitkijk staat, dit belooft. We krijgen een stevige en vooral gladde afdaling te verwerken. Om terug te komen op Fabian zijn vraag van enkele dagen geleden, laat ik hem weten dat het toch een modderige wandeling zal worden ‘grinnik’.


“De heirbanen waren de eerste verharde wegen. Vermoedelijk volgden ze meestal oudere Keltische en Germaanse onverharde paden. De planning en het onderhoud was een verantwoordelijkheid van de regionale prefect. De arbeiders moesten eerst een bedding uitgraven en daarin stortte men een fundering van grote stenen. Hierop kwamen twee lagen: een basis laag van leem of zand en het wegdek uit grind. Zo ontstond een bolvormig weglichaam, de agger. De agger was minimum vijf meter breed, met links en rechts een onverharde strook voor vee. We kennen het bestaan van de Romeinse hoofdwegen uit replica’s van Romeinse documenten, met name de Peutingerkaart en het Wegenboek van Antoninus. Geregeld worden ook overblijfselen van Romeinse wegen blootgelegd bij opgravingen. Op knooppunten stond een zuil met vermelding van steden en afstanden. Langs de meeste hoofdwegen stonden houten of stenen Romeinse mijlpalen met een interval van een Romeinse mijl, anderhalve kilometer, of een Gallische mijl, twee kilometer en tweehonderd meter.”


We stijgen over de zuidwestelijke flanken van de Casselberg. Op de weg staan nog enkele namen van wielrenners vermeld want in de zomer van 2022 deed Tour de France de Casselberg aan. We dalen de flank terug af tot op de Petit Chemin de la Gare waar we links afslaan. We mogen opnieuw stijgen richting het centrum van Cassel en daar komen we de Streek-GR Heuvelland tegen, bekend terrein dus. We volgen de vesten van Cassel en daar worden we getrakteerd op fenomenale vergezichten richting de kust. We stappen via enkele smalle kerkwegels het centrum binnen. Deze smalle wegels deden mij denken aan de tijd van toen. De zwaar bepakte militairen moesten hier ook passeren met hun harnassen en zware wapens, een kras op de carrosserie is hier snel gemaakt ‘grinnik’. We komen uit aan Église de Notre Dame, een prachtige kerk die niet haaks op de rest van het centrum staat ingeplant. Het gaat verder langs de zijkant van de kerk en daar doemt meteen het volgende architecturale wonder op, de Ancienne Chapelle des Jésuites. Deze kapel heeft echter wat liefde nodig en ziet er op dit moment wat bouwvallig uit. We verlaten het centrum via Rue du Maréchal Foch en aan het kerkhof loopt het even fout. Fabian en ik denken een markering te zien die ons via de linkerkant van het kerkhof begeleidt maar de rest van de groep stapt al honderd meter verder langs de voorkant van het kerkhof. We roepen hen terug en dalen af langs links. Iets verder komen Fabian en ik tot het besef dat we ons vergist hebben want we volgen nu de Streek-GR Heuvelland. Aan een kruispunt beslissen we rechts af te slaan zodat we terug op ons traject uit komen. Het lijkt wel een verbetering van de route want het stukje aan de voorkant van het kerkhof is verhard. We komen de markering van de GR128 terug tegen en opgelucht kunnen we verder stappen.


“Ook Cassel werd slachtoffer van de bosgeuzen die rebelleerden tegen de katholieke kerk en het bewind van koning Filips II. Op het einde van de zestiende eeuw staken de bosgeuzen de Église de Notre Dame in vuur en vlam. De kerk brandde helemaal uit, er stonden enkel nog de gevelmuren recht. De kerk werd een achttal keer vernield of in brand gestoken om daarna telkens weer opgebouwd te worden. De kerk werd echter niet ontzien want tijdens de Franse revolutie aan het einde van achttiende eeuw werd de kerk gebruikt als paardenstal, gevangenis, hospitaal en tempel van de Cultus van de Rede. De Cultus van de Rede was een groepering van atheïsten die het katholicisme afzwoeren. De katholieke kerk werd zelfs verbannen in grote delen van Frankrijk waardoor katholieke priesters moesten vluchten of vervolgd werden.”


We verlaten de Casselberg en begeven ons naar de flanken van Mont des Récollets die we echter niet beklimmen. Aan Route de Steenvoorde houden we even halt om wat suikers te nuttigen, ik zie broodjes, appels en wortels. Ik houd het bij een meergranenkoekje en een slok koffie. Wanneer we aan het gehucht Le Coucou komen slaan we meteen rechts af en begeven we ons naar een lager gelegen gebied. We wandelen evenwijdig met Ruisseau de Terdeghem en naderen dan ook het dorp waarnaar dit stroompje vernoemd is. We stappen Terdeghem binnen en wandelen rond de kerk tot aan het etablissement Bar le Cromwell. We beslissen na wat aarzeling om een koffie te gaan drinken en stappen naar binnen wanneer de cafébaas ons tegenhoudt. Hij vertelt ons dat we niet binnen mogen met onze vuile schoenen maar dat we gerust buiten een koffie mogen drinken. Verbouwereerd staan we naar elkaar te kijken en wensen de cafébaas het beste. Aan ons zal hij vandaag niets verdienen! Via het Monument aux Morts verlaten we al mompelend het kleine dorpje.


“Het dorpje Terdeghem heeft wat geschiedkundige gebouwen en graven in de aanbieding en in de kerk zouden er zich twee graven bevinden uit de zestiende eeuw. Nu ik dit weet zal ik het dorpje nog eens een bezoekje moeten brengen. In de eerste helft van de twaalfde eeuw was er sprake van een Romaanse kruiskerk met vieringtoren. De huidige driebeukige hallenkerk dateert uit 1664 maar de romaanse toren bleef behouden. De vierkante benedenverdieping is gebouwd in ijzerzandsteen en de met leien bedekte torenspits stamt uit de laatste verbouwing in het begin van de negentiende eeuw. Op het kerkhof dat zich rond de kerk situeert, liggen vijf geïdentificeerde Britse oorlogsgraven uit de Tweede Wereldoorlog. Ook in de Eerste Wereldoorlog werden hier al gesneuvelden begraven maar die graven werden na de oorlog overgebracht naar Sanctuary Wood Cemetery in het Belgische Zillebeke.”


Iets verder wandelen we weer evenwijdig met een beekje, Ruisseau du Petit Chateau, enkel is deze niet altijd goed zichtbaar. Aangekomen op de Chemin du Christ steken we een beekje, Moe Becque, over en stappen we verder richting Steenvoorde. We zien de gigantische kerk al van ver liggen met de speciale torenspits. We zoeken naar een bankje en die vinden we aan de stadsfeestzaal. Er is maar één bankje dus de helft van ons modeste groepje gaat op de grond zitten. Het zonnetje is van de partij en doet zelfs goed zo tegen de gevel van het gebouw. Na ons middagmaal zetten we onze wandeling verder door deze grijze gemoderniseerde stad, ze kan me echt niet smaken. We steken de D37 over en zo verlaten we Steenvoorde. We worden opnieuw getrakteerd op mooie vergezichten en het zicht op de Catsberg die steeds dichterbij komt. De paden blijven eerder eentonig en dus wordt er volop gebabbeld. Voor we het door hebben draaien we linksaf en moeten we onder de E42 door. De laatste klim van de dag biedt zich aan maar is van korte duur. De laatste kilometer is in zicht en niet veel later stappen we het centrum van Godewaersvelde binnen. We passeren het bekendste cafeetje van de gemeente, het cafeetje met aan de gevel een bord waarop te lezen staat ‘Hier spreekt men Vlaams’. We stappen even verder en tegenover de kerk is er nog een café met de naam Calibou&co. Hier hebben we al eens iets gedronken en mogen we met vuile schoenen naar binnen ‘grinnik’. We drinken er een kleinigheid en overlopen de dag. Iedereen heeft genoten en daar ben ik blij om ‘al mijn punten’. Ik heb uiteraard zelf ook genoten en ik heb weer nieuwe gezichten leren kennen waarvoor mijn oprechte dank. Tot de volgende zitting!


“De eerste leiders van de bosgeuzen waren onder andere Jan van de Camere of Camerlynck en Jan Denys. Camerlynck was de zoon van een zekere Franchoys, hij was een sajetwerker in Hondschoote. Hij trouwde er en ging zich met zijn vrouw in Brugge vestigen. Na het overlijden van zijn echtgenote en hun tienjarige zoon keerde hij terug naar het Westkwartier. Omstreeks die periode moet hij ook gestopt zijn met naar de eucharistie en de biecht te gaan vanwege zijn overgang naar het Calvinisme. In 1566 was hij bij de eersten die hagenpreken bijwoonden. Op vraag van het consistorie van Hondschoote werd hij lijfwacht van de predikant Sebastiaan Matte. Camerlynck assisteerde hem, gewapend met een hellebaard, tijdens de openingsakte van de Beeldenstorm op 10 augustus in Steenvoorde. In de nacht van 15 op 16 augustus 1566 was hij één van de dertigtal Hondschotenaren die het zwaarbewaakte Ieper wisten binnen te dringen om er beelden te breken. Vervolgens voerde hij een troep aan die hetzelfde deed in Diksmuide. In Brugge liep het fout want Camerlynck werd gevangen gezet. Hij kreeg genade en kwam weer op vrije voeten. Op 2 oktober 1568 opende het proces voor de vierschaar van Ieper. De bosgeuzen ondernamen een vergeefse poging om hem en zijn kompanen uit de gevangenis te bevrijden. Op 20 november 1568 aanhoorde hij zijn gruwelijke doodvonnis. Hij werd op de Grote Markt de oren afgesneden, gemerkt met een gloeiende tang en gegeseld. Vervolgens werd hij op het schavot gebonden met boven zijn hoofd een ketel brandende pek dat op zijn lichaam druppelde. De brandende druppels kwamen ook terecht op een houtstapel die vuur vatte en hem levend verbrandde.”




153 weergaven2 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
Post: Blog2_Post
bottom of page