top of page

Etappe07 GR128 Dranouter - Hill60

36,53km ─ ↑↓ 427m

Percentage verhard: 55%

Startplaats: Parkeerplaats kerk, Dranouter

Aankomst: Parkeerplaats Hill60, Zillebeke

Vervoer: Wagen

Hike: Saar A., Patrick V. en Wandel Mee Met Mij


Vandaag starten we aan het Vlaamse deel van de GR128. Zoals gewoonlijk komen we samen op het eindpunt, in dit geval Hill60 in Zillebeke. Speciaal voor Saar komen we samen om 0700 uur omdat ze vandaag moet beginnen met haar nachtwerk. Zot zijn doet geen zeer zeggen ze toch ‘grinnik’. Ik ben tien minuten later, blijkbaar heb ik met mijn slaaphoofd een afslag gemist dus moest ik even omrijden. Ik verontschuldig me uitgebreid en het wordt me gelukkig ook meteen vergeven, oef. Patrick en Saar stappen bij me in de wagen en zo zetten we koers richting Dranouter. Wanneer we in Dranouter aankomen, kunnen we aan onze tocht beginnen. We beginnen aan een kleine aanloop van een kilometer tot aan de Verlorenhoekstraat waar een verloren benzinestation midden in de velden gelegen is, vanaf hier start de officiële route. Meteen duiken we lichtjes naar beneden over een onverhard pad. We flirten hier even met de grens langs de Reynouls Straete. Na enkele honderden meters laten we Frankrijk voorgoed achter ons. We stappen over de velden, steken de winterbeek over en iets verder komen we aan de Douvebeek. Vanaf hier begint de geschiedenis aan te zwellen. Aan de Mariebruggestraat komen we een knoert van een knotwilg tegen. Heel toevallig want we hadden het net over het knotten van knotwilgen ‘grinnik’. Langzaam maar zeker kronkelen we richting de Kemmelberg. Aan de Smijterstraat duiken we opnieuw het groen in en klimmen we richting de zuidflank van de ‘berg’ waar we onze eerste pauze nemen. Hier krijgen we toch een waanzinnig mooi uitzicht.


We stappen verder en beklimmen de Kemmelberg. De Boshyacinten staan bijna in volle bloei en hier en daar komen we wandelaars tegen die voorover gebukt staan om de beste compositie te bekomen. De GR128 laat het Frans massagraf links liggen en gaat via het imposante Franse monument verder naar het hoogste punt van de Kemmelberg. Hier staat ook het houtsnijwerk over de folklore van Kemmel dat ik beschreven heb in ‘etappe05 van SGR Heuvelland’. Ik vertel het verhaal aan Saar en Patrick die blijkbaar aan mijn lippen hingen ‘grinnik’. Na drie passages via GR-paden wil ik toch eens op het hoogste natuurlijke punt van de Kemmelberg staan, dat hebben we dan ook weer gehad. We zetten de daling in en op een steiler stukje wordt het ietwat spannend. Saar neemt de leiding en laat ons zien hoe men dit varkentje wast maar het enige dat Saar morgen zal wassen is haar broek ‘grinnik’. Patrick en ikzelf nemen de natuurlijke trappen die de boomwortels ons nagelaten hebben, we komen zonder bruine vlekken beneden.


Via het kasteelpark stappen we richting het centrum maar dit laten we links liggen. We maken eigenlijk een grote bocht terug richting de Kemmelberg. Wat hier de meerwaarde van is weet ik niet. Aan de Gremmerslinde gaan we naar rechts, links ligt het ‘Lindenhoek Chalet Military Cemetery’. Zelf bezoeken we de begraafplaats niet, we stappen verder richting ‘De Hollemeersch’. Het gaat daarna dwars door het Heuvelland naar Wulvergem waar we de GR5A even volgen. Nabij Pond Farm en Pond Farm Cemetery beklimmen we de heuvel van Wijtschate. Ik laat mijn ogen over het akkerland glijden en ‘yes’ ik heb geluk. Ik haal een reliek uit de aarde, een stuk lederen schoenzool op Britse grond, mijn dag kan niet meer stuk. Iets verder komen we aan een bekende hoeve die ik al meermaals gepasseerd ben. Achter een ruit van de hoeve staat al jaren een SRD kruik, elke keer opnieuw kijk ik er naar. Eenmaal op de heuvelkam aangekomen is het bijna middag. Het moet nu net lukken dat we onze middag kunnen nuttigen aan ‘Lone Tree Crater’ of beter bekend onder de naam ‘Pool of Peace’.


“Lone Tree Crater of beter bekend als Pool of Peace is een onderdeel van de grote mijnenslag die gevoerd werd in deze regio. De mijnenslag bevond zich op en rond de heuvelrug die van Wijtschate naar Ploegsteert loopt. Lone Tree Crater bevindt zich op het hoogste punt van de heuvelrug , op zesenzeventig meter. Hier hadden de Duitsers een voordeel en ze wisten dit. De Duitsers bouwden hier een heus bolwerk aan bunkers en zeker een dozijn schachten en mijnen. Ze hadden een natuurlijke nervositeit om steeds op hun hoede te zijn voor een mogelijke aanval. De Britten kozen het bolwerk uit als één van de locaties voor de mijnenslag. De graafwerkzaamheden waren in januari 1916 gestart door de 250th Tunnelling Company en later overgenomen door respectievelijk de 3rd Canadian Tunnelling Company, de 175th Tunnelling Company en de 171st Tunnelling Company. Deze laatste eenheid plaatste op 28 juni 1916 de springlading van ruim eenenveertig ton ammonal in de kamer onder de stelling van de Duitsers. Deze kamer werd via een tunnel van vijfhonderdtwintig meter verbonden. De ontploffing liet op 7 juni 1917 een krater van zesenzeventig meter diameter en twaalf meter diepte na.”


Onze rustige lunchpauze wordt verstoord door een groepje luidruchtige bezoekers. Eén van hen probeerde uit te leggen wat er hier gebeurde tijdens de Eerste Wereldoorlog maar zat er meerdere malen compleet naast. Mijn haren gingen recht omhoog staan tijdens zijn pleidooi maar we hadden er toch plezier in ‘grinnik’. We laten deze magische maar gruwelijke plek achter ons en zetten onze tocht verder. Iets verder bezoeken we ‘Lone Tree Cemetery’ waar we alle drie toch even stil worden. Wanneer we de graven passeren lezen we enkele epitafen en geef ik een beetje uitleg over deze inscripties. Na het bezoek vorderen we verder richting Wijtschate. We bewandelen de Kroonaardstraat tussen ‘Petit Bois’ en ‘Kampagne Wald’. Hier stappen we letterlijk in Niemandsland en iets verder gaan we naar rechts richting het ‘Kampagne Wald’. Hier staan we aan de overblijfselen van de mijnschacht ‘Dietrich’ waar ik ook even uitleg geef. Patrick bestudeert het paneel, of is dit om mijn uitleg te controleren? ‘grinnik’. We stappen verder waar we nog een commandobunker tegenkomen die nu dienst doet als vleermuizenverblijf. We stappen uit het dal en verlaten het bos wanneer we de kerk van Wijtschate zien. De route dwarst Wijtschate op een abnormale manier en laat het centrum links liggen. We stappen gelukkig verkeerd en komen uit op het centrale plein van Wijschate dat onlangs helemaal opgesmukt werd. Via de Hospicestraat verlaten we het centrum en stappen we richting de Huikerbossen.


“De schacht Dietrich is één van de negenentwintig tegenmijnschachten, die vanaf begin 1917 door Duitse "Mineures" uitgegraven werden vanaf de 2de linie. In sector D, in het Grand Bois, Kampagne Wald of het huidige Wijtschatebos, lagen twee tegenmijnschachten die de namen Daniel en Dietrich kregen . Hun historiek moet gekaderd worden in de aanloop naar de Mijnenslag van 7 juni 1917. De Duitsers hadden namelijk lucht gekregen van de ondergrondse activiteiten, toen de geallieerden bezig waren met het uitdiepen en plaatsen van hun dieptemijnen. Op 7 juni 1917 zijn er tussen Hill 60 en The Birdcage negentien mijnen tot ontploffing gebracht. Via deze tegenmijnschachten hoopte de Duitse legerleiding om de vijandelijke ondergrondse werkzaamheden te kunnen afluisteren en er gepast op te reageren. Met schacht Dietrich en schacht Daniel had de Duitse legerleiding het gemunt op de twee dieptemijnen nabij Petit Bois, die op 7 juni 1917 toch wel zouden ontploffen. We kunnen dus stellen dat deze twee schachten hun doel gemist hebben.”


Voorbij de Huikerbossen gaat het verder langs het bekende golfterrein waar voor de oorlog het kasteel van de gebroeders Mahieu stond. Via een kleine omweg en na een stop aan de bekende obus boerderij, waar geregeld obussen op de betonnen muur van de mestkuil te vinden zijn, komen we aan ‘Spoilbank Cemetery’. Na een bezoek aan de begraafplaats gaat het verder over het domein ‘Palingbeek’, in mijn ogen het mooiste stukje natuur van West-Vlaanderen. Het weer zit goed en het is best warm, dit is te merken aan de drukte op de wandelpaden. Aan ‘Hedge Row Trench Cemetery’ houden we even halt en nemen we een pauze. Ik zeg tegen Saar en Patrick: “Moest ik sneuvelen in die gruwelijke oorlog zou ik hier zeker mijn rust vinden”. Deze begraafplaats straalt rust en vrede uit en ligt te midden van het bos. We stappen verder door het domein en komen langs de speeltuin waar het een drukte van jewelste is. We denken alle drie hetzelfde, een plek waar kinderen zich kunnen uitleven en de ouders op hun smartphone zitten te vegen. Een jammerlijk beeld in mijn ogen. Iets verder komen we een open plek tegen waar ook gespeeld wordt door kinderen en waar de ouders gewoon lekker meedoen. De wereld is toch nog niet helemaal om zeep ‘grinnik’. Uiteindelijk komen we bij het prachtige kunstwerk ‘Coming World Remeber Me”. Ik ben Rik, een regelmatige metgezel, nog steeds erg dankbaar voor de gift van maar liefst twee beeldjes van dit kunstwerk.


“Wij zijn de anderen en de vorige generaties. Zonder hen en hun verhaal te kennen blijft de wereld gedirigeerde fictie. Een citaat van de kunstenaar achter Coming World Remeber Me, Koen Vanmechelen.”


We stappen terug richting het kanaal Ieper-Komen en komen langs de heuse West-Vlaamse waterval aan sluis 6bis ‘grinnik’. We steken de Komenseweg over en slaan de Kasteelhoekstraat in. Tweehonderd meter verder kruipen we terug het groen in, voor mij een onbewandeld paadje. Het paadje kronkelt een dikke kilometer door het bos tot we aan de ‘Caterpillar Crater’ uitkomen. Nu heb ik alle wegen bewandeld die uitkomen aan deze machtige mijnkrater. We stappen verder tot aan de spoorbrug waar het infopaneel tot de verbazing spreekt. We steken het spoor over en betreden de site ‘Hill60’. Een oorlogssite die telkens wanneer ik het bezoek voor een krop in de keel zorgt. Normaal moet je hier op de houten paden blijven maar vandaag wil ik een uitzondering maken. Ik wil Saar en Patrick iets uniek laten zien. Ik breng hen tot aan de Australische observatiebunker. Wederom een plek die een mens laat stilstaan bij de gruwel die zich hier afspeelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik doe mijn uitleg over de site en de bunker, daarna zetten we onze weg verder. Terug op de vlonderpaden gekomen passeert er een groep Britten met gids. Ik hoor de gids zijn uitleg geven over de site en mijn spreekwoordelijke nek groeit wanneer de uitleg overeen komt met de uitleg die ik net gegeven had. Maar toch zou ik zelf niet voor zo een grote groep kunnen spreken dus alle respect voor de gidsen! De dag zit er weer op na zesendertig kilometer stappen door het oorlogsverleden van weleer. Saar en Patrick, het was me weer een genoegen jullie de weg te mogen wijzen en ik ben enorm dankbaar dat jullie steeds naar mijn zever willen luisteren ‘grinnik’.


“De heuvel die nu bekend staat als ‘Hill60’ is een kunstmatige heuvel die ontstaan is in de jaren 50 van de negentiende eeuw. De aarde die gewonnen werd door de bouw van een spoorweg werd op deze plaats gedumpt. In 1914 werd de heuvel verdedigd door het Franse leger. Ze werden overrompeld door de Duitsers waardoor de Commonwealth troepen het front moesten overnemen. In 1915 werd gestart met de ondertunneling van Hill60 tot onder de Duitse stellingen. Gedurende de gehele oorlog werd hier zwaar gevochten en dit zowel boven- als ondergronds. Langs beide kanten werden er vele dieptemijnen tot ontploffing gebracht. Tot op de dag van vandaag zijn deze littekens goed zichtbaar. Op de site is er ook nog een Australische bunker te bezichtigen en deze dateert uit 1918. Australische troepen wisten na het lente-offensief de Duitsers terug te dringen en Hill60 in te nemen. Commonwealth bunkers zijn eerder zeldzaam omdat de Britten niet geloofden in een defensieve oorlog. Zij zagen bunkers en uitgebouwde loopgraven als een defensieve opstelling en hun idee was een offensieve oorlog te voeren. De bunker werd gebouwd op de fundamenten en ondergrondse betonnen tunnel van een Duitse bunker.”




136 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Kommentarer


Post: Blog2_Post
bottom of page