Zoeken
  • WandelMeeMetMij

Etappe22 & 23 GR5A Houtem-De Panne-Nieuwpoort

Bijgewerkt: apr 21

Het verlengde Paasweekend is ideaal om nog eens verder langs mijn GR5A traject te stappen. Ik kies deze keer voor een dubbele etappe. De eerste etappe gaat van in Houtem aan de kerk naar De Panne aan het bezoekerscentrum Duinpanne (In de oude topo-gids nog vermeld als bezoekerscentrum De Nachtegaal). De totale afstand van de dubbele etappe bedraagt 40,5km. Door nieuwe trajectwijzigingen in De Panne is deze dubbele etappe met 3km verlengd. Omdat Houtem maar 40 minuten van onze Homebase afligt, is mijn vrouw bereid me in Houtem te droppen. Ik liet haar op tijd weten wanneer ze in Nieuwpoort moest zijn om me op te pikken. Alvast een buiging voor mijn vrouw die dit voor me over heeft ‘hartje, hartje, kusje’ ‘grinnik’.


Lekker vroeg uit de veren om mijn rugzak te maken want het beloofd een lange tocht te worden, ik verdubbel dan ook het rantsoen dat ik normaal meeneem. Het vrouwtje brengt me naar Houtem waar ik om 0815u kan starten. Ik verlaat meteen het mooie centrum van Houtem en duik de velden in waar ik iets verder de Bergenvaart over steek. Hier kan je de bus nemen voor zij die graag wachten ‘grinnik’. Ik stap verder met die gedachte dat de buschauffeur die hier iemand oppikt moet denken ‘Tiens, hier ben ik nog nooit geweest’.


Het valt me op dat ik de plaatselijk wandelroute Ringslot volg, uitgestippeld door Westtoer. Ik blijf precies enkele kilometers op dezelfde plaats rondwandelen. Alleszins dat gevoel krijg ik hier en dat komt door de Ringsloot die eigenlijk in een bocht rond Houtem ligt. De kerk van Houtem en de enorme zendmast blijven ook lang in het vizier. Doch verveel ik me geen minuut, het krioelt er van het leven; Bergeenden, Zilverreigers, Grauwe kiekendief, Meeuwen en Kieviten. Vooral die laatste zijn luidruchtig en acrobaten in de lucht. Techno-liefhebbers moeten zot zijn van het geluid dat deze weidevogel voort brengt. Iets verder wanneer ik de Ringsloot langs rechts verlaat spot ik een vogeltje dat ik niet per direct kan thuis brengen. Later in Koksijde kom ik een infobord tegen waar net dat vogeltje op staat. Het gaat om een Roodborsttapuit, een vrij zeldzame verschijning maar een niet bedreigde soort dus.


“De Ringsloot is effectief een sloot die een gesloten circuit vormt en twee stromingen heeft. Waar de sloot begint is niet duidelijk maar de twee stromingen binnen hetzelfde circuit beginnen onder de E40. Eén richting gaat naar Houtem en de andere gaat richting Frankrijk. De twee stromingen komen samen en voeden het Canal des Moëres in Frankrijk.”


Ik wandel recht naar de grens België-Frankrijk maar steek ze niet over. Ik moet naar rechts om het grenspad te volgen, letterlijk ‘De Schreve’. Dit is leuk voor een klein stukje maar een stuk van 4km vind ik er persoonlijk over! Hier heb ik wel goed kunnen doorstappen omdat er buiten velden en een enorme leegte niets te zien was. Tot ik aan de mooie gerestaureerde hoeve “Het Groot Moerhof” aankom. Een boerderijhond komt al snel naar me toe gewandeld, gelukkig heb ik geen schrik van honden en zijn we meteen maatjes. De Labrador wandelt even met me mee tot ik het erf verlaat. Ik duik onder de E40 en wandel dan 300m door Frankrijk. Hier kom ik de Ringsloot weer tegen en een camping die de naam van de sloot draagt.


“Hoeve Moerhof vormde samen met "Groot Moerhof" een uithoeve van de Duinenabdij in Koksijde. In de onmiddellijke nabijheid van De Moeren staat deze gekend om zijn toenmalige turfwinning. Het Hof bestaat uit meerdere gebouwen waaronder het boerenhuis en de stallingen. Het boerenhuis werd volgens de gevelsteen boven de deur in 1762 opgetrokken. Later werd het huis verhoogd en dat kan men ook terugvinden op een gevelsteen die de datum 1877 draagt. De stallingen werden ook in 1877 opgetrokken. Frappant, aan de hoofdingang staan twee kapelletjes in een neogotische stijl.”


Terug in België aangekomen, kom ik aan in de Cabourduinen waar ik goedgemutst van wordt door het zien van de bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Dit is tevens een deel van het gewijzigde traject en dit vind ik een echte verbetering. Door het duinenbos verlaat ik de Cabourduinen. Via de Maerestraat zet ik koers naar de Duinkerkekeiweg en de Maerebrug over het kanaal Plassendale-Duinkerke. Via de grens wandel ik het Duinenreservaat De Westhoek binnen waar ik de GR120 tegenkom en begin te volgen langs Belgische zijde.


“Al eeuwen is het domein in het bezit geweest van verschillende adellijke families. Families als Hondschote, Horne, Thibault de Boesinghe en nog zoveel anderen. De twee laatste families droegen ook “Gaasbeke” in hun titel. Hieruit ontstond het toponiem Garzebekeveld dat nog steeds op de NGI kaarten en in de volksmond in gebruik is. In het domein Cabour liggen meer dan 2000m Belgische en Franse Loopgraven samen met 8 bunkertjes uit de Eerste Wereldoorlog. Deze zijn erkend als uniek in Vlaanderen. Op 19 mei werd de beslissing tot evacueren genomen, dit onder de codenaam “Operatie Dynamo”. Tussen 26 mei en 4 juni 1940 evacueerde men 198.135 Britten en 139.911 Fransen. Al deze troepen werden tussen De Panne en Mardyck ingescheept met Dunkerque als centraal punt. Enkel de individuele bewapening kon meegenomen worden. De Westhoek stond daardoor vol met allerhande achtergelaten voertuigen, wapens, munitie en levensmiddelen. Dit was ook het geval in het Cabour domein. De achtergelaten paarden en muilezels werden eerst opgevangen bij de lokale landbouwers en kustvissers maar doordat er uiteindelijk teveel waren, werden ze afgemaakt en in kuilen begraven. Zo zou men, volgens een mondelinge bron, in het domein Cabour, 30 tot 150 paarden in een kuil begraven hebben.”


Ik doorkruis De Westhoek duinen in Noordelijke richting, mijns inziens het zwaarste stuk van deze etappe (Houtem-De Panne) maar zeker een verbetering wegens de trajectwijziging. Ik ga ook even een panorama foto schieten aan het uitzichtpunt dat daar speciaal voor opgetrokken is. Ik merk op dat het hier drukker begint te worden en bemerk dan ook dat de eerste etappe bijna op zijn einde loopt als ik De Panne nader. In de verte zie ik de hoogbouw al opdoemen. Maar voor ik uit de duinen ben, mag ik eerst nog 1,5km door los zand ploeteren. Het laatste stuk gaan de Westhoek duinen over in een duinenbos met een stevigere ondergrond maar dit duurt niet lang gezien ik even later al terug door de Krakeelduinen klief. Niet veel verder kom ik het Calmeynbos-West binnen gestapt. Een duinenbos dat in twee delen gespiesd wordt door de Kerkstraat. Aan de overkant wandel in nog steeds in het Calmeynbos maar dan in het Oostelijke deel tot ik aan het bezoekercentrum Duinpanne beslis om mijn middagpauze te nemen. Ik zet me neer op een boomstam recht tegenover een kunstwerk dat uit een boomstronk gezaagd is. Het kunstwerk lijkt erg op de God Thor, ik ben dus heel blij met deze gesprekspartner tijdens het eten.


“Het reservaat ligt ingesloten tussen de Noordzee in het Noorden, de Frans/Belgische grens in het Westen, de Duinhoekstraat in het Zuiden en in het Oosten ten slotte het Calmeynbos en de bebouwing van De Panne. Het reservaat strekt zich uit over een oppervlakte van 340 à 345 ha en maakt deel uit van het grootste aaneengesloten duingebied van de Vlaamse kust. Het vormt samen met de Krakeelduinen, het Calmeynbos, de Oosthoekduinen en de Franse duinen van Le Perroquet een uitzonderlijk natuurgebied. De Westhoek duinen zijn al sinds 1935 als landschap beschermd en hebben sinds 1957 het statuut van staatsnatuurreservaat. Het is daarom het oudste Vlaams staatsnatuurreservaat. Het gebied is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Duingebieden inclusief IJzermonding en Zwin'.


----------


Na het eten kan ik beginnen aan etappe twee zoals het beschreven staat in de topo-gids van 2018. De topo-gids is immers een beetje verouderd doordat er enkele trajectwijzigingen doorgevoerd zijn. Ik neem afscheid van mijn gesprekspartner en zet mijn voeten terug in beweging. Ik stap verder door het Oostelijke deel van het Calmeynbos en houd de Oosthoekduinen aan mijn linker kant. Blijkbaar stap ik langs de Belgische militaire begraafplaats van De Panne. Door de begroeiing van de duinen en het bos heb ik deze niet zien liggen, jammer. Iets verder mag ik dan toch de Oosthoekduinen betreden en even de voeten door het zand halen. Via de Koksijdeweg kom ik in het Kerkepannebos, amper een bos te noemen want nog geen 500m verder sta ik op de Jan Van Looylaan. Ik krijg even verharde wegen te verwerken, wat ik nu niet zo erg vind, en kan goed doorstappen.


Ik vervolg mijn weg door de Noordduinen die redelijk stevig aanvoelen en van zand is er nauwelijks sprake. In de verte zie ik de Zuid-Abdijmolen, jammer dat de GR5A deze links laat liggen want via het artiestenpad zou je er makkelijk geraken. Ik steek de Leopold III-laan over en wandel verder door de Noordduinen. Iets verder kom ik langs camping Bloemenduin en al gauw kom ik aan de Zeelaan. Hier ligt de beroemde killer-duin op mij te wachten. Het gaat om de Hoge Blekker, een 33m hoge duin. Hier neem ik even pauze en doe alvast mijn trui uit. De GR5A begeleidt mij schuin naar boven, ik dacht: ‘oh dit valt nog wel mee’. Ik daal terug af en het zou de GR5A niet zijn als er zich geen verrassing achter de hoek bevindt. Ja hoor, ik had dus te vroeg gejuicht en de GR5A gaat hier recht de Hoge Blekker omhoog. Mijn hartslag wanneer ik boven aankwam sloeg op 170 ‘grinnik’.


“De Hoge Blekker is een natuurreservaat in de Belgische kustgemeente Koksijde. Het ligt langs de weg tussen Koksijde-Bad en Koksijde-Dorp. Het domein is 18 ha groot en maakt deel uit van een omvangrijk duincomplex waartoe ook de Schipgatduinen en de Doornpanne behoren. Het gebied is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Duingebieden inclusief IJzermonding en Zwin'. De Hoge Blekker, de duin die zijn naam gaf aan het domein is de hoogste duinrug (33 m) aan de Vlaamse kust. Blekker of Blinkaart is de volkse benaming voor een onbegroeide duinheuvel die het zonlicht weerkaatst. In het West-Vlaams word het weerkaatsen van de zon ‘blekken’ genoemd.”


Boven op de Hoge Blekker heb ik een zicht over een groot deel van de kust. Op stralende dagen kan je het Europagebouw in Oostende spotten. De afdaling kan beginnen en ik betreed het Schipgat en iets verder de Doornpanne. Een makkelijk gebied om door te wandelen want dit duinengebied bevat blijkbaar meer humuslagen waardoor de ondergrond vaster komt te liggen. Een groot deel van de Doornpanne wordt begraasd door konikpaarden en ezels, ik heb er helaas geen kunnen spotten. Via het bezoekerscentrum De Doornpanne verlaat ik het domein en wandel richting domein Witte Burg.


Via smalle paden, precies gangen omzoomd door Sleedoorn die nu volop in bloei staan, baan ik me een weg door domein Witte Burg. Ik steek de straat die vernoemd is naar het domein over en vervolg mijn weg via een ruiterpad. De combinatie van geulen die de paarden achterlaten en het losse zand maken het een hels karwei om hier door te stappen, wandelstokken zijn hier toch welkom. Als ik op het hoogste punt van het duinengebied aankom, krijg ik een fantastisch zicht op de Sint-Niklaaskerk. Het is een kolossaal gebouw waar ik toch even naar sta te kijken. Ik heb de kerk al vele malen gezien dus ga ik niet aan de voorkant kijken waar het Christusbeeld hangt.


“De Sint-Niklaaskerk in de Belgische kustplaats Oostduinkerke werd in 1952 gebouwd naar het ontwerp van de architect Jean Gilson. Ze vervangt de vorige parochiekerk die vernield werd aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Gilson voorzag in een 38 meter hoge westertoren met het 13,5 meter lange Christusbeeld. Het beeld weegt maar liefst vier ton en is het grootste gegoten terracottabeeld van Europa. Net als het 3,5 meter hoge kruisbeeld boven het altaar werd het Christusbeeld ontworpen door de Tsjechische kunstenaar Arnost Gause.”


Ik steek de Leopold II Laan over en wandel door de Plaatsduinen en laat iets verder de Spelleplekke links liggen. De GR5A kiest voor een passage door het Hannecartbos. Ik kom al gauw aan op de Albert I-laan die ik moet oversteken. Daar is ze dan ‘Het Zeetje’, gelijk ze hier zeggen. Meteen wordt ook alle rust die ik doorheen de dag toch ervaren heb, verstoord door luidruchtige toeristen. Via het strand moet ik de Zeedijk op. Echter blijf ik net langs de Zeedijk stappen omdat er een mondmaskerplicht geldt op de Zeedijk. Eerlijk gezegd had ik geen zin om me te mengen tussen duizenden mensen en na 35km wandelen een mondmasker dragen is niet aan mij besteed. Na 2km net langs de dijk te wandelen moet ik rechts afslaan door de Ijzer die de weg verspert ‘grinnik’. Hier moet ik dan de keuze maken of ik al dan niet een mondmasker op zal zetten en verkies het niet te doen. Na 37km kan het gewoon niet gezond zijn.


Het laatste deel van mijn tocht is in zicht. Ik neem nog een kleine drinkpauze langs de Ijzer op de daar voorziene bankjes. Ik geniet van een passage van een voorzieningsboot van Jan De Nul die de rust helemaal naar de verdoemenis in helpt door wel zes maal te toeteren. Waarschijnlijk om de veerdienst te waarschuwen van zijn komst. Ik denk dan: ‘als je die boot niet ziet ben je blind!’ Soit, ik zet mijn weg verder langs de Paul Orbanpromenade en de Robert Orleanpromenade. Via de Kattesas steek ik de Oude Veurnevaart over en zet koers naar de vismijn. Er ligt maar één boot aan de kade wat ik toch wel jammer vind. De oude vissersboten zijn een streling voor het oog. Ik kruip onder de Kustweg Langebrug door en begeef me naar mijn eindpunt. Eerst breng ik een bezoek aan het Koning Albert I monument en stap dan af op mijn vrouwtje die me al staat op te wachten.


“Het Koning Albertmonument is een oorlogsmonument in de Belgische kuststad Nieuwpoort. Het staat net buiten de oude stadskern, op de rechteroever van de IJzer bij het sluizencomplex de Ganzepoot. Het monument werd opgetrokken in 1938 naar ontwerp van Julien de Ridder. Ter ere van Koning Albert I en de Belgische troepen in de Eerste Wereldoorlog. Het cirkelvormige monument is 25 meter hoog en 30 meter in doorsnede. Het telt tien zuilen met een vlakke doorsnede van 1 meter op 2 meter, gebouwd uit bakstenen uit de IJzervlakte. Bovenop ligt een cirkelvormige balk met een omtrek van 100 meter. Op deze ringbalk ligt een wandelgang met oriëntatietafels. Het geheel staat op een kruisvormig terras van 2500 m². Op het centrale binnenplein staat een standbeeld van Koning Albert I te paard. Het ruiterstandbeeld is het werk van Karel Aubroeck.”



197 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven