Etappe02 GRP Audomarois Ecques-Elnes

29,33km ─ ↑↓ 346m

Percentage verhard: 45%

Startplaats: Parkeerplaats kerk, Ecques

Aankomst: Parkeerplaats, Rue Arthur Lanoy, Elnes

Vervoer: Wagen en plooifiets

Hike: solo


Vandaag gaan we weer solo, het is al lang geleden dat ik mijn plooibare machine nog eens van dichtbij zie. De avond voor vertrek wilde ik nog even zeker zijn of de bandjes nog voldoende opgeblazen waren. Gelukkig dacht ik hier aan want deze stonden ondertussen helemaal plat ‘oef’. Om 0715 uur sta ik op de parkeerplaats aan Rue Arthur Lanoy in Elnes, het is nog vroeg en ik lijk dan ook alleen op de wereld te zijn ‘grinnik’. Ik spring op mijn fiets en trap de eerste kilometer op gang. Ik passeer Wavrans-sur-l’Aa en Assinghem. In Remilly-Wirquin steek ik de Aa over en vanaf daar gaat Rue Bernard Chochoy redelijk steil naar omhoog. Anderhalve kilometer lang, cote de Remilly genaamd, fiets ik over een gemiddelde van acht procent naar omhoog. Op een plooifiets is dit een absolute hel, op een gegeven moment rijd ik slechts 3,9km/h en sta ik nagenoeg stil. Ik geef mij echt niet gewonnen. Uiteindelijk moet ik toch tot drie keer toe stoppen omdat mijn hartslag te stevig de hoogte in gaat maar ik weiger te stappen ‘grinnik’. Na een kwartiertje sta ik op het hoogste punt van de helling en kan de afdaling tot aan de finish beginnen. Na een klein uurtje zwoegen sta ik in Ecques achter de kerk en het kerkhof op de parking waar het de vorige etappe eindigde.


Na wat uitblazen kan ik vertrekken op mijn tocht van om en bij de vijfentwintig kilometer. Ik verlaat Ecques via de aanlooproute naar het begin van de tweede etappe van de GRP Audomarois en na anderhalve kilometer kom ik de geel/rode markering tegen. Ik verlaat de D189 en sla links af, honderd meter verder passeer ik een hoeve met een opvallend huisnummer. Normaal laat ik dat links liggen maar dit huisnummer vind ik toch de moeite om van dichterbij te bekijken. Een mediterraans tafereel schetst een zomers landschap met olijfbomen maar met een Nederlandse toets, windmolens en rode tulpen. Ik stap verder met een gemengd gevoel over wat ik net gezien heb. Iets verder steek ik de D77 over en stap ik enkele kilometers door het agrarische landschap tot in Helfaut. In Helfaut houd ik even halt aan een oorlogsmonument en in het dorpspark neem ik mijn eerste pauze met zicht op een petanquebaan.


“De Franse koning Lodewijk-Filips I gaf zijn zoon Ferdinand Filips van Orléans de taak om een speciale eenheid op te richten om een nieuw wapen te testen, de carabine Delvigne-Pontcharra. De kroonprins zou echter een specifieke elite-eenheid oprichten met lichter en meer functioneel materieel dan de klassieke infanterie en gekleed met een eerder eenvoudige tenue, aangepast voor heimelijke en snelle missies. Deze elite-eenheid ziet het daglicht in 1837 onder de naam ‘compagnie de chasseurs d'essai’. De compagnie kende een onmiddellijk succes en de koning besliste om deze compagnie te versterken tot het ‘bataillon provisoire de chasseurs à pied’ in 1838. Het bataljon werd naar Algerije gestuurd in het kader van de koloniale oorlogen. Met het succes van deze nieuwe eenheid en op aandringen van verschillende generaals beslist de koning om tien bataljons ‘chasseurs à pied’ op te richten. Deze eerste tien bataljons worden opgericht op 28 september 1840 in het militair kamp van Helfaut in het noorden van het land, Pas de Calais. In Helfaut werd in 1842 een gedenkzuil gebouwd, de Colonne d'Helfaut. Jammer genoeg komt de GRP Audomarois niet langs deze gedenkzuil maar is ze toch het vernoemen waard.”


Bij het verlaten van Helfaut kom ik in een natuurdomein terecht en stap ik langs de natuurlijke vijvers van Réserve naturelle du plateau des Landes. Wat me meteen opvalt is de drukte van de plaatselijke bevolking die hier komt vissen. Het tweede wat me opvalt is de hoogte van deze vijvers want niet veel later zal ik het plateau afdalen richting La Coupole. Het is een waanzinnig zicht die betonnen koepel tegen de heuvelwand. Via een onverhard pad daal ik verder af tot aan de ingang van het museum waar ik even van mijn route afwijk en het museum bezoek. Ik bezoek enkel de historische site en laat het astronomische gedeelte aan me voorbij gaan.


“Terwijl werd begonnen met het graven van de gangen van het heuse complex dachten de Duitse ingenieurs na over de manier waarop het onderaards complex met een koepel kon worden beschermd. Men vond een oplossing door het Erdschalung-principe toe te passen waarbij de ondergrond, die plaatselijk bestaat uit krijt en klei, zo werd weggehaald dat hij als bekisting en fundament diende voor de vijf meter dikke, uit gewapend beton bestaande koepel. Toen de koepel klaar was, werd het krijt en de klei onder de koepel weggegraven. Voor de bouw van het complex werd honderdduizend kubieke meter beton gestort. De aanleg van de installaties werd al snel ontdekt door luchtfoto's, waarna de geallieerden het gebied zwaar begonnen te bombarderen. Dit bombardement was een onderdeel van de operatie Crossbow. De RAF voerde herhaaldelijke luchtaanvallen uit tijdens de laatste vijf maanden van de bouw van La Coupole. Tijdens de bombardementen waarbij meer dan drieduizend ton bommen werden gedropt, kwamen in het dorp Helfaut eenentwintig en in de buurgemeente Wizernes vijfenvijftig mensen om het leven. Tweemaal werd de Tallboy afgeworpen, een vliegtuigbom van meer dan vijf ton.”


Na het bezoek van bijna twee uur ‘grinnik’ sta ik opnieuw buiten aan de poort, nog steeds van mijn melk. Ik kan er niet bij met mijn verstand hoe ze in die tijd zulke bouwwerken konden optrekken en laat staan financieren. La Coupole is indrukwekkend en zeker een bezoek waard als je deze GRP afwandelt. Meteen na de ingang kom ik terug op de route en word ik meteen weer in het groen ondergedompeld. Echter niet voor lang want via een buitenwijk van Wizernes kom ik terug in de bewoonde wereld terecht. Via Chemin de Pihem gaat het verder richting Ravin de Pihem en verlaat ik opnieuw, via achtertuinen, het centrum. Ik stap een goede kilometer door het groen, van een ravijn is weinig sprake, het lijkt eerder op een holle weg die niet meer gebruikt wordt maar ik klaag niet. Na die kilometer besluit ik me neer te vleien op een boomstronk om mijn middagmaal te nuttigen. Ondertussen krijg ik een circusvoorstelling cadeau, op nog geen twintig meter van mij spelen twee eekhoorntjes ‘pak me dan als je kan’. Wanneer ik opsta om mijn pad te hernemen zijn de twee bollebozen nergens meer te bespeuren. Ik krijg nog een dikke kilometer groen onder de schoenen geschoven, heerlijk.


“Het 'Ravijn van Pihem' is een oude bedding van een waterloop zonder bron die een ravijn vormt van vijftien tot twintig meter diep en ongeveer drie kilometer lang. Dit ravijn ligt voor twee derde in de stad Hallines en strekt zich uit tot aan de oever van de rivier Aa. Deze waterloop zou ontstaan zijn door de overstromingen van de hoger gelegen natte gebieden op Mont d’Helfaut.”


Ik stap verder richting Hallines door een voornamelijk agrarisch landschap afgewisseld door weides en versnipperde bossen. Ik steek de Aa over en daar krijg ik een prachtig zicht op de oude watermolen ‘Moulin de Pidou’. Verder stap ik langs de muren van het domein van Chateau Dambricourt, helaas afgesloten vanwege het instortingsgevaar. Aan de kerk van Hallines houd ik even halt om er een prachtige foto van te nemen. De Fransen en hun kerken, dat moet ik hen toch nageven. Ik laat Hallines achter me en volg de Aa stroomopwaarts. Ter hoogte van Esquerdes, wanneer ik de Aa opnieuw moet oversteken, gaat het bijna mis. Hier is er sprake van een trajectwijziging, ik moet de Aa oversteken maar dan moet ik meteen rechts afslaan, Sentier des Soupirs, in plaats van rechtdoor te gaan. Via een wandelpaadje, op de oever, volg ik de Aa nog steeds stroomopwaarts. Ik kom aan in het centrum van Esquerdes op het plein aan de kerk. Ik volg Rue du Pont Neuf en krijg zicht op een aparte hoeve met toren, het lijkt of ik terug in de middeleeuwen stap. Iets verder steek ik de Aa opnieuw over en begin te vermoeden dat er toch wat extra kilometers zitten aan te komen. Aan de Poudrerie d’Esquerdes neem ik even pauze aan een picknicktafel.


“In 1686 werd François Berthelot, commissaris-generaal van poeders en salpeters, verbonden aan de minister van Oorlog Louvois, belast met het lanceren van dit kruitfabriek voor de legers van Lodewijk XIV. Meer dan een eeuw lang bleef de poederfabriek zoals het in 1686 was. In 1800 wordt geschat dat het geheel niet groter is dan drie hectare maar vijfentwintig jaar later wordt een eerste investering gedaan in het bedrijf, waardoor de oppervlakte van drie naar negen hectare uitgebreid wordt. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw, onder invloed van de industriële expansie en vervolgens door de Frans-Duitse oorlog van 1870, wordt de fabriek gemoderniseerd en gemechaniseerd. Er werd een nabijgelegen papierfabriek gekocht en het terrein werd aangesloten op het spoor. In 1890 werkten er bijna tweehonderd mensen in de fabriek. Nieuwe activiteiten met betrekking tot poederwerk zijn in opkomst zoals stikstofhoudende explosieven, Meliliet en andere. In 1900 besloeg het terrein een oppervlakte van vierendertig hectare. De fabriek is gelegen nabij het front tijdens de Eerste Wereldoorlog, de Esquerdes-poederfabriek neemt in volle capaciteit deel aan de oorlogsinspanning en was een strategisch punt van het geallieerde systeem.”


Na de pauze zet ik mijn tocht verder door het natuurgebied van La Vallée de l’Aa Poudrerie d’Esquerdes. Een prachtig gebied, ik begrijp zeker de trajectwijziging als ik de GPX even vergelijk. Ik steek natuurlijk de Aa opnieuw over en ook het spoor Ligne de Saint-Omer à Hesdigneul. Ik stap langs het spoor tot ik terug aan de originele GRP terecht kom. Na enkele berekeningen blijkt dat ik drie kilometer extra heb mogen genieten. Nu stap ik langs velden over een deels onverharde veldweg die twee en een halve kilometer stijgt tot aan Mont du Blanc Chemin. Hier stort een onverharde weg zich de dieperik in, ik daal tachtig meter op nog geen halve kilometer. Eenmaal in het dal kom ik opnieuw de Aa tegen, ik dien een Ravel te volgen en passeer zo het dorpje Wavrans-sur-l’Aa. Dat wil dus zeggen dat mijn tocht er bijna opzit. Ik blijf het fietspad-voetpad-ruiterpad volgen langs de oever van de Aa met aan mijn rechterzijde die enorme steile helling. Aan de overkant van de rivier zie ik Elnes al liggen maar een pittoresk huisje aan de voet van de helling weet mijn aandacht vast te houden. Ik neem er een foto van en stuur ze meteen door naar mijn vrouw. Ze stuurt me meteen terug met het antwoord ‘Ik dacht dat je in Noord Frankrijk zat?’. De foto op zich lijkt inderdaad in de Franse Ardennen genomen te zijn ‘grinnik’. Ik steek de Aa een laatste keer over en via Rue Arthur Lanoy kom ik terug aan mijn wagen. Nu rest er mij nog de terugrit naar Ecques om mijn fiets te gaan ophalen en dan zit mijn avontuur er weer op.





48 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven