Etappe01 GRP Audomarois Saint-Omer - Ecques

Bijgewerkt op: 9 sep.

34,47km ─ ↑↓ 201m

Percentage verhard: 70%

Startplaats: Kathedraal, Saint-Omer

Aankomst: Kerk, Ecques

Vervoer: Wagen

Hike: Lieve D., Johny G. en Wandel Mee Met Mij


We hebben afgesproken aan de kerk van Ecques, Lieve D. komt ruim op tijd aan maar van Johny is geen spoor te bekennen. Het wordt al snel enkele minuten na achten en te laat aankomen is niet de gewoonte van onze Johny die normaal een kwartier te vroeg is. We besluiten even het dorp te verkennen om te kijken of Johny zich van parkeerplaats vergist heeft. Maar helaas is nog steeds geen Johny te bespeuren, vreemd. Lieve besluit hem te bellen en met succes heeft ze hem aan de lijn. Als puntje bij paaltje komt staat Johny geparkeerd aan een kerk maar dan in Saint-Omer. Lieve en ik stappen in de wagen en rijden richting het startpunt van de etappe waar we Johny hopen te spotten maar weer is er geen Johny te bespeuren op de plaats van de start. Lieve belt hem opnieuw om te vragen aan welke kerk hij precies staat. Zijn antwoord is als volgt: ‘Ik sta aan een grote witte kerk’, hier kan ik niet anders dan ‘grinnik’ neerpennen. We laten hem een straatnaam doorgeven die we dan opzoeken. Johny heeft de bal compleet mislagen en staat geparkeerd aan de Kathedraal van Saint-Omer. Dit wordt dus de nieuwe startplaats van onze etappe, een drie kilometer extra.


Uiteindelijk kunnen we vertrekken vanop de nieuwe locatie en wandelen we langs de Cathedrale Notre Dame, Chapelle des Jesuites Wallons, Église Saint Denis en de ruïnes van l’Abbaye Saint Bertin. Bij de ruïnes houden we even halt, we wandelen er even rond en kijken ons de ogen uit. Wat moet dit een adembenemend gebouw geweest zijn. Via Place du 11 Novembre 1918 steken we l’Aa Canalisée over en stappen we verder langs het kanaal. Even verder komen we aan de parkeerplaats waar we normaal aan deze etappe zouden startten. Na enkele kilometers laten we het kanaal effectief links liggen en trekken we het moerasgebied van Saint-Omer binnen. Zelf ben ik hier nog nooit geweest en is het dan ook een speciaal zicht. Via La Doulinge, een netwerk van kleine kanaaltjes stappen we langs kleine huisjes die soms een kanaal in de voor- en achtertuin hebben lopen. Elk huisje heeft hier zijn eigen bootje. Vele huizen hebben een brug als oprijlaan om toch met de wagen tot aan de voordeur te geraken.


“l’Abbaye Saint Bertin werd gesticht aan de oever van de Aa in 648 door Omer, de bisschop van Terwaan. De bisschop stuurde de monniken Bertinus, Mommolinus en Ebertramnus naar de streek rond Saint-Omer om er de heidenen te bekeren. De abdij, oorspronkelijk met de naam l’Abbaye Saint Pierre met een kerk toegewijd aan de heilige Martinus, werd al snel bevolkt door een honderdtal monniken. De abdij Saint-Bertinus werd één van de meest invloedrijke kloosters in Noordwest Europa. Graaf Willem Clito werd in 1128 in de abdij begraven alsook enkele andere Vlaamse graven vonden hier een laatste rustplaats. In 751 liet de laatste Merovingische koning Childerik III zich er opsluiten om er zijn laatste maanden voor zijn dood te verblijven. Hij werd er ook begraven. In 800 kwam Karel de Grote er een schoolonderricht volgen. Op 19 mei 1440 trouwde Karel de Stoute, zeven jaar oud, er met Catharina van Valois, twaalf jaar oud.”


We komen aan het Canal de Neufossé en we volgen dit kanaal een tweetal kilometer. Via Route de Clairmarais steken we het kanaal over en stevenen we af richting Clairmarais. We houden even halt aan de Église Saint Bernard om iets te drinken en een kleine versnapering te verorberen. We stappen voorbij een typisch Frans oorlogsmonument ter nagedachtenis van de gesneuvelde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, een beeltenis van een Franse soldaat in het blauw geverfd. We steken de weg over en belanden in het groen, Bois du Fort Rouge. Een prachtige groene long dicht bij de stad. We wandelen hier dus niet alleen. In dit gebied zouden de restanten van Abbaye de Clairmarais moeten staan maar we krijgen ze niet te zien. We stappen zo ijverig en zijn zo verdiept in de gesprekken dat we de trajectwijziging gemist hebben en het noorden even kwijt zijn. We keren op onze passen terug en merken dat de markeringen niet helemaal stroken. We beslissen de GPX te volgen en klaarblijkelijk hebben we het bij het rechte eind. We verlaten het groen en daar komen de velden aan met sublieme uitzichten op de naderende gemeente Arcques.


“We hebben de abdij ruïnes niet gezien maar ik kan onze geschiedenis van het graafschap Vlaanderen toch moeilijk achterwege laten. De abdij werd gesticht op 26 april 1140 door de graaf van Vlaanderen Diederik van de Elzas en zijn vrouw Sybille van Anjou. Toen deze graaf de wens uitte dat ook in zijn bos, het bos dat Ruholt genoemd werd in de buurt van Saint-Omer, een abdij zou worden opgericht, werd Robrecht van Brugge hiermee belast. Robrecht van Brugge werd in 1139 benoemd tot abt van de Ten Duinenabdij in Oostduinkerke. Bij de voorbereiding van de Tweede Kruistocht hebben Diederik van de Elzas en Bernardus van Clairvaux elkaar regelmatig ontmoet. De Abdij van Clairmarais was een cisterciënzerabdij en de dochterabdij van de door Bernardus van Clairvaux gestichte Abdij van Clairvaux. De Abdij van Clairmarais kreeg bij zijn stichting heel wat giften van hooggeplaatste adellijke personen.”


We stappen door de gemeente Arcques, een doodgewone gemeente zonder al te veel waardevolle aspecten. We komen terug aan het Canal de Neufossé dat we even volgen tot we aan een historische site komen, een oude sluis die boten via een lift naar het hoger gelegen kanaal moest loodsen. Het gebouw wordt gerestaureerd en is niet te bezichtigen. Via een trap komen we uit op het hoger geleden gebied waar het oude kanaal nog te zien is maar dus geen water meer bevat. Enkele honderden meters verder komen we aan de nieuwe sluis die op de gangbare manier werkt. We verlaten het centrum en via Étang de Bavaria stappen we verder. We zijn op zoek naar een bankje om onze maaltijd te nuttigen maar helaas zijn de bankjes in Frankrijk in mindere mate verdeeld. We besluiten dan maar om onze boterhammetjes op te eten in een bushokje aan de Rue Jehan de Terline Impasse A.

“In het voorjaar van 1303 trok het Franse leger naar Saint-Omer. Willem van Gulik, bevelhebber van de vijfduizend Vlamingen, verbleef met de hoofdmacht bij Douai en stuurde een bode naar de Franse bevelhebber om hem aan te manen zijn opmars af te breken. Guy de Châtillon, Frans bevelhebber, antwoordde dat Gulik maar moest handelen overeenkomstig aan wat hij dacht dat God van hem verwachtte. De Vlamingen trokken op naar Arcques dat zwak werd verdedigd, doodden er zestig voetknechten en staken de stad in brand. Guy de Châtillon haastte zich naar Arcques om slag te leveren. Willem van Gulik stelde zijn voetvolk, vooral Ieperlingen, op in een 'kroon'. Een hoefijzervormige opstelling waarbij de pieken en de goedendags naar de aanvallers wijzen. Urenlang trachtten de Fransen deze formatie te doorbreken, zonder succes. Ten slotte gaven ze de strijd op en trokken ze zich terug achter de muren van Saint-Omer om aan een eventuele aanval van de Vlamingen te kunnen weerstaan. De Vlamingen lieten de Fransen ongemoeid ondanks het verlies van drieduizend man. Willem van Gulik en de Vlamingen wonnen de Slag bij Arcques en beletten de Fransen voorlopig het Vlaamse graafschap binnen te dringen.”


Via velden naderen we Réserve naturelle du plateau des Landes en niet veel verder stappen we door het centrum van Heuringhem. Hier houden we even halt aan een bruin café waar we iets fris nuttigen. Wat ons opvalt is dat je in dit café moet zijn als je een moestuin wil beginnen. Tegen de muur, niet ver van de toog, staat een rek met allerlei groetenzaden. We bedanken de vrouw des huizes en gaan verder met ons verhaal over de GRP Audomarois. We krijgen een lus te verwerken van vier kilometer die mij de das om doet. Mijn benen worden loodzwaar en de zon brandt als een hels vagevuur op mijn kuiten met hoofdpijn en asfaltbenen tot gevolg. Aan virtuele kilometer dertig, in werkelijkheid hebben we er al vierendertig opzitten dankzij het parkeerfoutje van Johny, verlaten we de GRP en marcheren richting Ecques. We naderen het centrum waar we even gaan kijken of het plaatselijke bierhuis geopend is maar helaas moeten we de aftocht blazen. We stappen dan maar naar de wagen van Lieve die ons netjes afzet in Saint-Omer.


Bedankt aan de het bekende duo dat nu en dan met me mee wandelt. Het was weer aangenaam met nu en dan eens een grap en een lach.




60 weergaven1 opmerking