• WandelMeeMetMij

Etappe02 SGR Uilenspiegel

36,41km ─ ↑↓36m Percentage verhard: 75% verhard Startplaats: Camping De Wachtsluis, Retranchement Aankomst: Camping De Soetelaer, nabij Oostburg over de Belgische grens Vervoer: Benenwagen Hike: Solo


Ik sta voor alle drukte op en begin mijn kampement op te breken. Netjes gepakt en gezakt ga ik richting de campingwinkel waar ze als beloofd mijn ontbijt en lunchpakket vers afgebakken hebben. Ik heb nog net genoeg plaats in mijn rugzak om de zak met croissants, chocolade broodjes en één appelflap op te bergen. Ik neem afscheid van de camping en wandel naar de startplaats van de tocht voor vandaag. De eindmeet voor vandaag ligt zes kilometer voorbij Oostburg aan de camping De Soetelaer.


Ik wandel meteen door een prachtig natuurgebied dat me keer op keer een ander hoekje laat zien. Het is vroeg dus de konijntjes zijn talrijk aanwezig en storen zich niet al te erg aan mijn aanwezigheid. Iets verder gaat het wat omhoog en kom ik uit op de vestigingen van Retranchement, overblijfselen van de Tachtigjarige Oorlog zijn hier nooit ver weg. Ik krijg weer prachtige uitzichten over verdronken gebieden. Eens ik de vesten verlaat kom ik in het centrum van Retranchement terecht, een pittoresk dorpje dat geschiedenis ademt. De Retranchement Molen torent boven het dorp uit en het marktplein dat er gezellig en netjes bijligt. Het dorp is maar een broekluchtje groot en ik laat het dan ook snel achter me.


“In een besluit van Raad van Staten werd er op vierentwintig juli 1643 een goedkeuring afgeleverd aan de heer Bartholomeus de Vos voor de bouw van een molen. De plaats waar de huidige molen staat is gewijzigd en staat nu zeventig meter noordwestelijker. Er werd in die tijd f15,- windrecht betaald. De molen overleefde de Tweede Wereldoorlog maar helaas met aanzienlijke schade. In 1948 werd de molen hersteld. In 1977 werd de molen aangekocht door de gemeente Sluis en in 1982/83 werd de molen grondig opgeknapt.”

Via de wallen van Retranchement kom ik uit in een prachtig stukje natuur waar in tijden van de Tachtigjarige Oorlog nog een fort gelegen was. De restanten van Fort Nassau zijn nog zichtbaar. Er staan enkele reconstructies van kanonnen op de vestingen van het fort. De koeien die hier mogen grazen vegen letterlijk hun gat aan de moordmachines. Ik verlaat het prachtige domein en kom uit op de Killedijk, kil is het hier alleszins niet want ik voel een nat T-shirt tegen mijn rug plakken ‘grinnik’.


“Retranchement maakt deel uit van de Staats-Spaanse Linies. De oude vestingwallen zijn er nog vrijwel geheel aanwezig. Alleen het Fort Oranje dat aan de noordzijde heeft gelegen ontbreekt. Het fort is in 1682 ten gevolge van een geweldige stormvloed weggespoeld. Bij de vredesbesluiten van Münster in 1648 was bepaald dat Retranchement als vestingwerk ontmanteld diende te worden. Pas in 1680 werd met deze werkzaamheden begonnen. De militaire gebouwen werden verkocht. De omwalling bleef echter uit oogpunt van beveiliging tegen het nabije zeewater liggen. Eind 18de eeuw werd de vesting zelfs nog tweemaal vernieuwd omdat er oorlog dreigde. Na 1795 was de rol van deze militaire versterking definitief uitgespeeld.”


Ik stap verder samen met LAW5 het kustpad. Nog geen vijfhonderd meter verder kom ik weer een vestiging tegen namelijk Fort Berchem. Vier keer kleiner dan Fort Nassau maar toch prachtig om de restanten hier te mogen bewonderen. Deze overblijfselen zijn telkens kleine natuurgebieden met een enorm hoge natuurwaarde laat een infobordje me weten. Ik kom weer uit aan het Uitwateringskanaal dat ik even moet volgen. Het gaat via de Paspolder richting Sluis waar ik meteen de vesten opgestuurd wordt. De SGR schampt uiteindelijk langs Sluis af maar daar steek ik een stokje voor omdat ik me moet bevoorraden met de nodige drank. De dichtstbijzijnde winkel ligt op vijfhonderd meter. Geen erg zo krijg ik Sluis ook weer te zien. Het is er druk en ik besef dan ook waarom de SGR Sluis rechts laat liggen. In het centrum kom ik het Kanaal Brugge - Sluis weer tegen en dit laat me aan gisteren terugdenken. Voor ik Sluis verlaat neem ik nog even de tijd om mijn appelflap op te smikkelen in het park nabij de Zuiddijk.


“Noormannen in Sluis op doortocht naar Brugge, ‘Fjordenpaard’ Uit Denemarken, Zweden en Noorwegen, met een concentratie rondom Oslo, zijn veel vondsten van deze dierfiguren bekend. Er zijn intussen al enige honderden exemplaren aangetroffen. Ze komen zelfs voor tot in IJsland. Er is ook een bronzen paardje gevonden in de zandige bodem van Sluis. Het vertoont de duidelijk aflopende ruglijn van een ‘fjordenpaard’. De massa bedraagt circa honderd gram. Dat een dergelijk gewicht uit de bodem van Sluis komt is niet verwonderlijk gezien de intensieve handelscontacten die hier bestonden met het noorden.”


Vanop de Zuiddijk krijg ik een mooi zicht op de vesten of wallen van Sluis. Het Kustpad of LAW5 neemt via de vesten een andere route en deze zie ik dan ook niet meer terug. Via de Boomgaardweg stap ik langs de Naar de Wielingen, altijd imposante namen worden hier in Nederland gebruikt voor waterlopen. Ik volg deze waterloop voor een kleine kilometer en trek dan verder door de polders. Waarlijk mooie uitzichten over velden, weides en kleine plassen waar ganzen, lepelaars, meeuwen en scholeksters zich tegoed doen aan mals gras, insecten en kriel. Nabij Zuidzande kom ik terecht op de Oostburgsestraat, hier is het even uitkijken want het verkeer zoeft hier tegen een hogere snelheid voorbij. Ik zoek mijn toevlucht in een klein natuurgebiedje genaamd Hans Vrieseschans, een overblijfel van de Staatse-Spaanse Linies, waar ik de drukke weg achter me laat.


“Nadat eind jaren ’80 van de zestiende eeuw bijna heel Vlaanderen, op Oostende, Biervliet, Terneuzen en Axel na, door de Spaanse veldheer Alexander Farnese was heroverd, bouwden de Spanjaarden op strategische plaatsen forten ter verdediging tegen invallen door opstandelingen uit het noorden. Een van die plaatsen was de monding van de oude haven van Oostburg. Toen prins Maurits in 1604 met een groot invasieleger landde in het Land van Cadzand, viel het Spaanse fort op deze plaats al snel in handen van de Staatsen. Na de inname van Sluis door de Staatsen werd overwogen om de schans af te breken. Vanwege haar ligging aan de vaarroute over het Zwarte Gat achtte Prins Maurits de locatie echter van strategisch belang. In 1605 gaven de Staten Generaal opdracht tot de bouw van een schans op de plaats van het Spaanse fort aan de monding van de oude haven de ‘Hans Vrieseschans’.”


Ik stap weer verder door de polders tussen Zuidzande, Nieuwvliet, Groede en Schoondijke. Ik kom hier nog een verdediging tegen van de Staatse-Spaanse Linies in de vorm van een wal en gracht. Het kreeg weer een ‘grappige’ naam, zelfs toen waren de Staatse al goed in rare namen aan gebieden te geven, de Redoute Marolleput. Iets verder kreeg ik de plaatsnaam te zien in een Meidoornhaag waar de naam in gevormsnoeid is. Het gaat verder over een asfalt weg en hier wordt het toch wel bloedheet. Aan De Blikken, een grote plas waar ganzen een heus concert aan het geven zijn, zie ik de kans om langs de weg in het gras te gaan wandelen. Aan Scherpbier ‘grinnik’ gaat het rechts naar Oostburg waar ik opnieuw een bevoorrading doe voor morgen. De SGR gaat hier wel dwars door het centrum en is zeer slecht afgepijld. Ik kijk dus constant op mijn GSM om te zien of ik nog op de juiste route zit. Via de verdedigingswal van de Staatse-Spaanse Linies verlaat ik de stad.


“De redoute Sint-Philip was een redoute die behoorde bij de Linie van Oostburg. Ze was gelegen tussen de Blontrok en de Brugsche Vaart iets ten noorden van de buurtschap Klein-Brabant, aan de huidige Philipsweg.

De redoute, reeds door de Spaans gezinde aangelegd, kwam in 1604 in Staatse handen en werd in de Linie van Oostburg ingevoegd. In 1673 werd de linie en daarmee ook deze redoute opgeheven. Een redoute is een kleine geheel omsloten veldschans met alleen uitspringende en geen inspringende hoeken.”


Langs het Groote Gat, een grote plas, krijg ik zicht op de stad en ik moet zeggen dat ik al mooiere skylines heb mogen bewonderen vandaag. Maar ik stap wel in bloemrijke weides waar koeien me vergezellen op mijn pad. Na een halve kilometer is de ‘fun’ verdwenen want ik moet het reservaat weer verlaten via de Boerenwatergang en langs de Nieuveltweg verder wandelen. Zo jammer dat ze geen wandelweg hebben aangelegd op de hoger gelegen berm die het Groote Gat aansluit aan Redoute Spek en Brood. Deze weg is ten eerste druk en ten tweede bloedheet. Ik stap zo’n drie kilometer over verharde weg in de vlakke zon tot ik aan Staatse-Spaanse Linies Batterij De Keizer opnieuw zachte ondergrond krijg toegeschoven.


“Na de Tachtigjarige Oorlog werden de polders tussen de Linie van Oostburg en de zuidelijker gelegen kreek De Passageule ingepolderd. De Linie van Oostburg verloor daarmee haar strategische functie en de Passageule werd de nieuwe zuidwaarts gerichte verdedigingslinie. Door een stormvloed in 1404 was hier reeds een getijdegeul ontstaan die het Zwin in het westen verbond met de Braakman in het Oosten. In de loop van de 15e eeuw werd de geul geleidelijk aan weer ingepolderd maar door de Allerheiligenvloed van 1570 en het doorsteken van de dijken aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog hernam de geul haar oude loop, zo ontstond de Passageule. De Passageule deed vanaf 1672 dienst als belangrijkste linie in West-Zeeuws-Vlaanderen. Het was vooral de bekende vestingbouwkundige Menno van Coehoorn die de Passageule rond 1700 uitbouwde tot belangrijke schakel in de door hem ontworpen waterlinie tussen ’t Zwin en Saeftinghe. In 1785 waren er plannen om een batterij in te richten in de vorm van een Lunet, een klein driehoekig verdedigingswerk. Een batterij is een stellingswerk voor geschut, in dit geval kanonnen. De batterij werd vernoemd naar een nabijgelegen herberg ‘De Keyser’.”


Er rest me nog anderhalve kilometer tot het punt waar ik de SGR Uilenspiegel moet verlaten om naar de camping te stappen. Mijn uitloop bedraagt op de kop twee kilometer over een nietszeggende weg, het lijkt wel eindeloos. Moe en pijnlijk kom ik aan op camping De Soetelaer, een oude boerderij omgebouwd tot camping. Aan de receptie werd ik op een koele manier behandeld en ik moest mijn plaats zelf maar gaan zoeken. Niet dat het domein groot is maar vriendelijk is toch wat anders. Het kan ook niet zijn dat de eigenaars het druk hebben want er staan hier twee koeien en een paardenhoofd. Ik vermoed vaste klanten.

Ik zet mijn tent op in de schaduw en begin aan mijn avondeten, dit keer spaghetti bolognese. Ja, ook uit een zakje en best te pruimen. Ik bel nog even uitgebreid naar het thuisfront om te vertellen dat alles goed gaat en dat ik best een zware dag achter de rug heb. Over de internetverbinding kan ik hier niet stoefen want er is hier geen bereik. Ik vermoed dat dit komt doordat de camping net op de grens gelegen is. Ik kruip er dus maar vroeg in nadat ik al mijn gewrichten en voeten ingesmeerd heb met tijgerbalsem. Slaap wel en tot morgen.


*Camping De Soetelaer, heeft alles voor een trekker maar daar is ook alles mee gezegd. Gastvriendelijk zijn ze zeker niet en kans op een ontbijt of lunchpakket is er helemaal niet. Naar mijn mening een score van *** en meer niet en dan ben ik nog vrij gul.*



52 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven