• WandelMeeMetMij

Etappe04 GR131 Wijnendale-Vladslo

↔24,9km ─ ↑↓ 67m

Percentage verhard: 60% verhard

Startplaats: Kasteel Wijnendale, Wijnendale

Aankomst: Kerk, Vladslo (Diksmuide)

Vervoer: Privé drop-off en pick-up

Hike: Solo


Vandaag sta ik er geheel alleen voor en dat vind ik helemaal niet erg. Ik en het pad in gedachten verzonken, meer moet het soms niet zijn. Ze hadden voor deze zondag bewolkt maar droog weer voorspeld met een heerlijke temperatuur van achttien graden Celsius. Het ideale wandelweertje dus. Ik laat me taxiën door mijn lieftallig vrouwtje die me met veel plezier afzet aan het machtige kasteel Wijnendale in Wijnendale. Ik neem mijn rugzak uit de koffer en geef nog een aai aan onze lieve viervoeter Poncho. Ik bedank mijn vrouw en wuif haar vaarwel tot in Vladslo.


Ik verlaat de parking en wandel langs het Fonteinpad, een rechte laan zoals gekend in de nabijheid van kastelen. De laan wordt door wilde kerselaren omzoomd, jammer dat de wilde kersen nog niet rijp zijn en bovendien veel te hoog hangen. Ik passeer de Onze-Lieve-Vrouwekapel van Wijnendale en iets verder de ijskelder van het kasteel waar vleermuizen nu onderdak vinden.


“Graven van Vlaanderen, 11e-13e eeuw in het kasteel van Wijnendale: De oorspronkelijke burcht werd, volgens latere kronieken, opgericht door Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen. Hij was graaf van Vlaanderen vanaf 1071 tot aan zijn dood. De oudste vermelding van de burcht staat in het dagboek van Galbert van Brugge en dateert uit 1127. Hieruit blijkt dat de burcht als uitvalsbasis voor militaire operaties werd gebruikt. Maar naar verluid zou Robrecht de Fries al in 1085 een houten burcht hebben opgetrokken op de plaats van het huidige kasteel. Vanaf het midden van de 12e eeuw en vooral in de late 13e eeuw werd Wijnendale een regelmatige verblijfplaats van de graven van Vlaanderen. In 1168 kwam graaf Filips van de Elzas hier al samen met zijn hofraad. In 1187 is er voor het eerst sprake van een kapelaan en dus een kapel. De bosrijke omgeving was een uitgelezen jachtterrein voor de grafelijke familie en haar gasten. Op de burcht vond ook diplomatiek overleg plaats. In 1297 sloot Gwijde van Dampierre er een alliantieverdrag met de Engelse koning Edward I.”


Verderop stap ik over de Julianadreef die het Wijnendale-bos doorkliefd. Een prachtig loofbos dat nog dateert vanuit de middeleeuwen. Toen zou het bos tweehonderd keer groter geweest zijn en meer dan vierduizend hectare overschaduwen. Nu blijft er in principe maar een peulschil van over, toch is het genieten van de vroege stilte die hier heerst. Ik wandel helemaal tot het uiteinde van het bos dat mij langs rechts flankeert tot een de rode beuken omzoomde laan me door akkerlandschappen voert. Het bos blijft zichtbaar aan mijn rechterkant en trakteert me soms op mooie uitzichten. Bloeiende aardappelvelden die contrasteren tegen het donkergroene bos en de dreigende lucht.


Ik stap richting Edewalle over verharde wegen tussen de akkerlanden die in deze tijd van het jaar enorm interessant worden. De gerst begint goud te kleuren, klaprozen bloeien in de bermen en ook een heel veld vol platte peterselie kom ik tegen. Net nabij Edewalle passeer ik een uniek plaatsnaambord. Het bovenste bord laat me weten dat ik Ichtegem binnenwandel en het onderste bord zegt me dat Handzame, een gehucht van Kortemark, aan de linkerkant van de weg ligt. Eigenaardig, ik stap dus in Handzame mits ik steeds links stap van de weg. Verderop passeer ik nog versnipperde bosjes waaronder een speelbos. Na de bosjes loopt de weg naar omhoog en eenmaal boven sla ik links af op de Ruidenbergstraat. Vierhonderd meter verder op een bankje neem ik mijn koffiepauze met een heerlijk uitzicht richting Koekelare. Als het echt helder weer is en zonder luchtvervuiling kan je van hieruit tot Oostende kijken. Helaas is dit vandaag niet mogelijk door de dreigende lucht en lichte mist in de verte. Waar ik wel naar kan kijken zijn de verschillende wielerclubs die hier naar boven sprinten. De ene komt verbluffend fris boven en de ander hangt hijgend tussen het kader van zijn fiets.


Ik laat de wielrenners verder achter mij, ook al kan ik ze nog steeds horen in de verte. Ik onderneem de afdaling richting Koekelare en vraag me af wat wielrenners hier zo fijn aan vinden om af te zien op deze kleine helling. In de eerste bocht zie ik een auto remmen voor een schaap dat uitgebroken blijkt te zijn. Ik wil de eigenaars op de hoogte brengen maar de vrouw in de wagen was me voor. Iets verder moet in rechts afslaan volgens de markering, tussen twee akkers in moet er een pad zijn. Die is er maar het gras, bijvoet en kamille staan me tot aan mijn middel. Op het einde van deze strook veeg ik het meeste kaf van me af en zie dat mijn benen geel zien van het stuifmeel ‘grinnik’.


Ik steek de Kortemarkstraat over en wandel verder over een wegel die naar een hofstee leidt. Voor ik het weet, sta ik bijna op de binnenplaats en heb ik een markering gemist. Je mag dus niet door de poort wandelen maar moet voor de poort links afslaan langs de heg van het erf. Het verwondert me dat Koekelare zulke kerkenwegels heeft, het stelt me dan ook zeer tevree. Het wegeltje gaat wat verder over in een betonnen verkaveling tot aan de Carrestraat. Deze saaie betonnen ondergrond voert me enkele kilometers verder tot bij Koekelare Bos. Eindelijk, heerlijk ruikende lucht en onverharde paadjes onder de voeten. De bospaadjes hier hebben allemaal hun eigen naam gekregen, waaronder: Klytegat, Beukendreef, Koninginnedreef, Geitedreef, … . Het is ondertussen voorbij 1200 uur en besluit op een net te hoge bank mijn middagpauze te houden. Dit is pure verwennerij: boslucht, fris groen, vogeltjesgelag en één met mijn gedachten.


Ik blijf nog enkele kilometers door het versnipperde maar toch uitgestrekte bos stappen tot het aan de Westveldweg stopt en velden het overnemen. Via de Brugse Heerweg word ik opnieuw in de watten gelegd en stap ik het Praatbos binnen. Ik stap er over de koning van de onverharde paden, een pad van vers gemaaid gras dat een spoor trekt door een open plek. Een stukje grasland waar hoogstwaarschijnlijk enkele zeldzame plantensoorten voorkomen. Ik wandel over het Vredespad dat hier en daar geflankeerd wordt door een gedicht dat het thema Wereldoorlog I naar voren brengt. “Het parcours van Passendale in drie dimensies, drie dagen die de wereld ondraaglijk vertraagden.

Treuren is: het tandeloze grijnzen van de toekomst in fracties van seconden moeten uitstaan, uitzitten, uitliggen.

Er staan paarden in de wei. De papavers zijn uitgebloeid. Er hangt grondmist aan de kerkhofpoort. Het ouderpaar is zwaar en log van nooit meer tot elkaar. Nu november in hun hoofd kruipt, rest niets dan spinrag.

Er zullen altijd paarden blijven.

Het gras zal mosterdzaadjes dragen.”


Dit gedicht, speciaal opgedragen aan Käthe Kollwitz, blijft me gedurende een hele tijd bij wanneer ik het Deutscher Soldatenfriedhof Vladslo binnenstap. Ik word er door een medewerker van Westtoer tegengehouden met de vraag of hij enkele vragen mocht stellen. Hij vroeg me onder andere of ik wist wat deze plaats voorstelt en of ik wist welke gebeurtenissen hier aan vast hingen. Mijn antwoord daarop was volmondig ‘ja’. Als je dat niet weet zit er, naar mijn bescheiden mening, toch iets niet juist. Ik wens de man nog een prettige dag en wandel even langs de vele graven tot achteraan het kerkhof. Het doet toch iets met me, dat deze mensen, soldaten, hun leven gaven voor hun land. Ze streden voor normen en waarden waar niet iedereen achter stond maar toch streden ze er moedig voor en sneuvelden. Te bedenken dat wij onze ‘vrijheid’ te danken hebben aan vele soldaten van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Wetende dat er nu en dan aan die vrijheid gesnoept wordt door overheden raakt me deze plek des te dieper.


“Op de begraafplaats staan de granieten beelden van het Treurend Ouderpaar, gemaakt door de Berlijnse kunstenares Käthe Kollwitz in herinnering aan haar achttienjarige zoon Peter Kollwitz. Hij had vrijwillig dienst genomen als musketier en is op 23 oktober 1914 in het naburige Esen (Diksmuide) gesneuveld. Het graf van Peter ligt vlak voor het treurende ouderpaar. Het originele grafkruisje van Peter Kollwitz staat in het In Flanders Fields Museum. In het beeldenpaar heeft Käthe Kollwitz een gebeiteld portret gemaakt van zichzelf en haar man Karl. De gescheiden beelden beleven hun verdriet elk voor zich. De knielende vader staart naar het graf van zijn zoon en heeft de armen voor de borst gekruist. De moeder is afgebeeld met gebogen hoofd en heeft haar hand in haar nek gelegd, alsof ze een kind wiegt. Er is geen spoor van trots over de gevallen held of dank voor het gebrachte offer. In hun rouw en gemis lijken de ouders zich vooral het verwijt te maken dat ze hun kind naar de oorlog hebben laten gaan.”


Ik maak nog een onopvallende buiging voor ik mijn rug naar de soldaten draai en zet mijn tocht verder richting de dorpskern van Vladslo. Ik steek de drukke Wijnendalestraat voor de tweede keer over. Ik ken deze weg die langs restaurant ‘De Wikkelaar’ en langs de ‘Stock’ naar Vladslo gaat. Ik hoop dan ook dat ik deze weg niet moet blijven volgen want deze weg staat gekend als zwarte weg door de vele ongevallen. Ik heb geluk want honderd meter verder moet ik al rechts afslaan, nooit geweten dat hier een straat begon ‘grinnik’. Ik stap enkele kilometers langs boerenwegels tot ik opnieuw rechts afsla op een doodlopende weg. Niet veel verder vertoef ik op een onverhard pad tussen weilanden en velden tot ik aankom in Vladslo. Nog enkele honderden meters en ik sta aan de kerk waar mijn lieve vrouw me al staat op te wachten.



108 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven