Etappe04 Western Front Way Ieper-Voormezele

23,64km + 7,56km fietsen ─ ↑↓ 156m

Percentage verhard: 75% verhard

Startplaats: New Irish Farm Cemetery Briekestraat, Ieper

Aankomst: Voormezele Enclosures N°.1 and N°.2 Voormezele-Dorp, Voormezele

Vervoer: Wagen en plooifiets

Hike: Solo


Ik besluit vandaag mijn warme nest weer te verlaten en verkies de frisse buitenlucht. Vandaag staat de vierde etappe op het programma van Ieper naar Voormezele met een bezoek aan het ‘In Flanders Fields Museum’. Mijn plooifiets is ook weer van de partij, joepie… . Ik parkeer de wagen aan het ‘Voormezele Enclosures N°.1 and N°.2’ militaire kerkhof. Vanaf hier start ik in de vroege ochtend ,wanneer iedereen nog slaapt, aan een korte fietstocht van zeven en een halve kilometer naar het Noorden van Ieper. Net ten Noorden van het Yperman ziekenhuis ligt het ‘New Irish Farm Cemetery’ en hier begint mijn avontuur door het verleden van de verschillende slagen om Ieper.


Ik hang mij geplooid ijzeren wrak aan een paal in de omgeving van het militaire kerkhof. Ik rust nog even uit en geniet van de zonsopgang. De oranjerode gloed daalt neer op de witte zerken van het kerkhof, een moment van bezinning. Ik neem een slok koffie en een wafeltje, ik kom weer tot de conclusie dat ik nog steeds mijn ‘note-to-self’ niet naleef. Wederom start ik mijn wandeling met een drijfnatte baard ‘grinnik’.


Algauw flankeer ik het ziekenhuis en vervolg ik de route langs de Pilkemseweg, een eerder drukke weg waar weinig te beleven valt maar de naam van de weg verraadt een bloedige slag om ‘Pilckem Ridge’. Na anderhalve kilometer gestapt te hebben, wordt het interessanter. Nu zet ik voet aan de vestingen rond Ieper en passeer hierbij het bekende beeldhouwwerk ‘Nikolaas de Kanonnier’. Ik krijg een mooi zicht over de ‘Kasteelgracht’ met in de verte de ‘Menenpoort’. Het is reeds de derde keer dat ik door en onder dit magistraal monument loop, nog steeds word ik er stil van en staan de tranen me in de ogen. Zoveel namen, zoveel gesneuvelden en voor welk doel? Nu nog steeds kent men de reden voor dit bloedvergieten niet en slaat men er een slag in tijdens het gissen naar de oorzaak van dit alles. Ik weet dat ik voor deze uitspraak afgestraft zal worden omdat er veel theorieën bestaan. Uiteraard ben ik van deze theorieën op de hoogte maar geven deze naar mijn mening geen uitsluitsel.


“De bloedige slag om Pilckem Ridge vond plaats tussen 31 juli en 2 augustus 1917 en luidde het begin in van de derde slag om Ieper. Het Britse vijfde en tweede leger op de zuidelijke flank en het Franse eerste leger op de noordelijke flank vielen het Duitse vierde leger aan. Op 31 juli 1917 viel Pilckem Ridge in geallieerde handen. Vanuit dit strategische punt konden de Britten verder met hun bloedige offensief richting Messines Ridge en Gheluveld Ridge. Bij dit offensief, dat men een groot succes noemde, vielen eenendertigduizendachthonderdvijftig helden. Uiteraard is dit absurde aantal gigantisch maar hoogstwaarschijnlijk was dit aantal nog hoger, plus de Duitse gesneuvelden werden niet mee verrekend in dit bloedbad. In vergelijking met het offensief in 1916 blijven volgens Britse autoriteiten het aantal slachtoffers gering”


Voor ik verder stap over de vestingen heb ik nog een afspraak na te leven. Ik trek daarom het gereconstrueerde centrum van Ieper in om het ‘In Flanders Fields Museum’ te bezoeken. Helaas moet ik deze afspraak laten varen omdat het museum zo groot is dat ik er te veel tijd zou besteden en ik Voormezele niet voor het donker zal bereiken. Ik stap terug naar de ‘Menenpoort’ en draai terug de vestingen op om dan even later via een verdedigingswal af te dalen tot aan het water. Via een roosterwerk boven het water ‘niet mijn ding grinnik’ kom ik uit aan een prachtig staaltje techniek: de hangbrug van het Poternepad. Via het Hoornwerkpark verlaat ik al snel het bruisende Ieper en mag ik genieten van natuur. Rijm op de houten wandelbruggen, het gras en het wuivende riet.


“Voor we spraken van de Menenpoort stond er op deze plaats al eeuwen een ander exemplaar. Deze poort heeft door de jaren heen verschillende namen gekend. Aanvankelijk heette ze de Hangwaertpoort om nadien te worden verbasterd tot Antwerpenpoort. Bij de aanleg van de vesten door de heer Sébastien Le Prestre de Vauban, een Maarschalk en bouwmeester van Frankrijk in de zeventiendede eeuw, werd de poort verbouwd in de Dorische stijl. Tijdens de Franse tijd noemde men ze de Napoleonpoort om vanaf 1815 als Menenpoort vernoemd te worden. Sindsdien is de naam ongewijzigd gebleven. In 1862 werd ze gesloopt en was de toegang tot de Meensestraat niet meer dan een opening van dertien meter in de vesten. De rijweg werd geflankeerd door twee stenen leeuwen die tot 1848 bij de ingang van de Lakenhalle hadden gestaan. Deze leeuwen werden in 1936 door de stad Ieper geschonken aan het Australian War Memorial in Canberra. Daar sieren ze na restauratie de hoofdingang van het museum. De Menenpoort op heden is niet zomaar een poort maar een monument voor de onbekende gesneuvelde Britse soldaten. Er staan vierenvijftigduizend achthonderdzesennegentig namen van soldaten, onderofficieren en officieren op de wanden van het monument. Wanneer een vermiste soldaat ten velde geïdentificeerd wordt, wordt zijn naam van de Menenpoort verwijderd.”


Na de virtuele drie kilometer kom ik uit op de Vaubanstraat, vernoemd naar de bekende bouwmeester en Maarschalk Sébastien Le Prestre de Vauban. Even verder kom ik dan uit op de bekendste weg van de Eerste Wereldoorlog, de Meenseweg. Ik bezoek er de ‘Menin Road South Military Cemetery’, Uit respect zet ik met pet af en flankeer er de vele witte zerken. Nadat ik mijn haar terug onder mijn pet gekregen heb, kan ik mijn ‘Menin Road’ verder zetten. Via de kilometers lange Kortrijkstraat zet ik koers naar het Kraterbos en het bekende ‘Bellewaerde Ridge’. Voor ik de N37 of Zuiderring oversteek, bezoek ik nog even het monument van Captain Geoffrey Salvin Bowly en Captain Henry Lancton Skrine.


“Geoffrey Salvin Bowly had voor de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog al een militaire carrière achter de rug en was al tot ‘Captain’ gepromoveerd. Hij sneuvelde op 13 mei 1915 op de bloedigste dag voor de Britse cavalerie. Op 13 mei 1915 werd er een Duitse aanval gelanceerd om zo de Britten terug te jagen. In de namiddag antwoordden de Britten met een tegenaanval om de oorspronkelijke stellingen terug te winnen. Een succes met bijzonder veel slachtoffers. Veertig officieren en zo een tweehonderdtachtig manschappen lieten hierbij het leven. Er zouden ook een viertienhonderd officieren en manschappen gewond of vermist raken bij deze tegenaanval. Het graf van Geoffrey ging verloren in het oorlogsgeweld en zijn naam staat te lezen op de Menenpoort. Henry Lancton Skrine had eveneens als Geoffrey een militaire carrière genoten en nam terug deel als vrijwilliger aan de Eerste Wereldoorlog. Op 24 oktober 1914 werd hij tot ‘Captain’ gepromoveerd. Henry kwam samen met twee andere officieren en elf manschappen om bij gevechten die als doel hadden een doorbraak te forceren bij Bellewaerde Ridge. Ook zijn graf ging verloren door het verdere oorlogsverloop. Zijn naam werd ook toegevoegd aan de Menenpoort.”


Ik steek over en blijf de Oude Kortrijkstraat volgen langs het Begijnenbos, iets verder sla ik rechts een onverhard paadje in. Op weg naar het Kraterbos bezoek ik de grafheuvel ‘R.E. Grave Railway Wood’ en het ‘Liverpool Scottish Memorial’. Ik besluit even rond te dwalen in het kapotgeschoten bos dat deel uitmaakt van ‘Bellewaerde Ridge’. Hier word ik stil van en kan ik mijn tranen weer niet de baas, terwijl ik dit neerschrijf krijg ik weer rillingen en dikke oogleden. Zoveel leed op één plaats en dat deze nog steeds bewaard is gebleven, kan ik niet vatten.


Ik stap verder langs de kraters en kom aan de omheiningen van het Bellewaerde park. Terug aangekomen op de Meenseweg bezoek ik het Hooghe Crater Museum of is het nu Hooge Crater Museum? Wie zal het zeggen? Ik word er vriendelijk ontvangen en bewonder het museum met haar bijzonder arsenaal aan wapens en granaten. Nooit gezien! De gastvrouw luistert geboeid naar mijn verhaal langs de Western Front Way en wenst me heel veel succes. Ze stempelt nog even mijn logboek en we zeggen elkaar gedag. Dit museum kan ik iedereen aanraden, het is kleiner dan anderen maar de collectie blijkt eens zo waardevol! Ik bezoek ook nog het openluchtmuseum aan het Kasteelhof ’t Hooghe met de originele loopgraven en bunker, overblijfselen van de slag om Bellewaerde Ridge. Ik vervolg mijn route nadat ik ook het ‘Hooge Crater Cemetery’ bezocht heb.


“Bellewaerde Ridge vind ik zo heftig, dit door zijn verleden en heden, sporen van geweld en het huidige park vol plezier. Ik kon niet anders dan er een lyrisch stuk over te schrijven.

Het gedicht heeft als titel Bellewaerde Ridge,


“Bellewaerde Ridge


Waar de Pinhelmmachine orde bewaart Toen… en nu juveniel speels ontwaakt


Waar Britten het Front rechten Toen… en nu kinderen om een suikerspin vechten


Waar menig mensenvlees stervend krijst Toen…en nu een tienermeisje vaders aandacht opeist


Waar lijken meters diep zijn begraven Toen… en nu rollercoaster karretjes doorheen draven


Bellewaerde Ridge


Een plek van Hooge nijd


Een plek van onheil


Een plek van genoegen en jolijt


©Jelle Dermont”


Ik herneem mijn route via de linkerkant van de militaire begraafplaats en wandel richting Hill62. Via de Canadalaan beklim ik het uitzichtpunt dat in feite een stukje Canadees grondgebied is geweest tijdens de oorlog. Vanaf Hill62 heb ik een prachtig uitzicht, vooral het zicht richting Ieper is adembenemend. Op deze plaats neem ik dan ook even de tijd om mijn middaglunch te nuttigen met mijn blikje stevig in de hand want de wind kent hier geen genade. Verder gaat het langs de Pappotstraat en de Zandvoordestraat. Ik bevind me hier op de slagvelden van Hill62 en Mount Sorrel, het terrein ligt dan ook vrij tactisch tegenover Hill62. Iets verder doorkruis ik Armaghwood en Zwarte Leen.


“De linies in deze omgeving van Hill62 werden bemand door de Canadezen. Op 2 juni 1916 vanaf 0800 uur ‘s morgens bestookte de Duitse artillerie de Canadezen tot net na het middaguur. Daarna werden ondergrondse mijnen tot ontploffing gebracht en volgde de aanval van de Duitse infanterie. De Canadezen werden over een linie van circa duizendtweehonderd meter compleet teruggeslagen, vanaf Hill62 tot Mount Sorrel, een stukje ten zuiden van Hill62. In totaal wisten de Duitsers ruim een halve kilometer terreinwinst te boeken. De dag erna, op 3 juni, werd een tegenaanval uitgevoerd. Deze leverde nauwelijks terreinwinst op. Het enige positieve van deze tegenaanval was dat de Canadezen hun eigen linies beter konden versterken tegen een nieuwe Duitse aanval. Deze Duitse aanval bleef echter uit. Op 13 juni werd na hevig Canadees artillerievuur, Hill62 terug veroverd op de Duitsers. Hill62 is onderdeel van de zogenaamde hoogte van Wijtschate-Zillebeke waar ook de Helling van Mesen, Helling van Wijtschate en Hill60 deel van uitmaken.”


Wie Zwarte Leen zegt, denkt meteen aan Hill60 en met deze gedachte sluit ik het houten poortje achter me die me toegang verleend aan de site. Ik stap verder over vondelpaden waar met een lat uit cortenstaal de Duitse en Britse linies aangeeft. De site is beangstigend goed bewaard gebleven met de granaatkrater en sporen van loopgraven. Achteraan de site ligt ook nog een Britse bunker. Via een volgend houten poortje verlaat ik Hill60 en zet de pas erin richting het enorme gat, inderdaad ‘Caterpillar Krater’. Ik neem even de tijd om het enorme gat in me op te nemen en ik ga er zelfs mee op de foto ter contrast. Na een kort intermezzo neem ik de tweede afslag naar links en steven af op ‘De Palingbeek’.


“In augustus 1915 startten de geallieerden met een ambitieus project. Eenheden van het Britse leger gespecialiseerd in tunnelwerken startten met het graven van een mijngang onder de Duitse stellingen. Deze gang werd vervolledigd door eenheden van de Canadese en Australische 'tunnelling companies'. Ook werden militairen ingezet die speciaal opgeleid waren voor het graven van tunnels onder vijandig gebied. Toen de mijngang, de ‘Berlin Tunnel’ genoemd, in oktober 1916 afgewerkt was, leidde die naar twee mijnkamers. De eerste kamer bevond zich onder de Caterpillar en was gevuld met tweeëndertig ton springstof. De tweede kamer bevond zich onder Hill60 en was gevuld met vierentwintig ton explosieven. De tunnel was vierhonderdzevenentwintig meter lang en bevond zich op een diepte van drieëndertig meter. Bij de start van de Tweede Slag om Mesen op 7 juni 1917 werden om 0310 uur 's ochtends de mijnen tot ontploffing gebracht. Dit resulteerde in grote kraters waaronder de Caterpillar.”


Via de Molenbosstraat stap ik door het mooiste natuurgebiedje van West-Vlaanderen, mijn bescheiden mening uiteraard. Ik sta langs zowel Duitse als geallieerde frontlijnen waarvan het Niemandsland op sommige plaatsen maar enkele tientallen meters breed is. Aan de virtuele kilometerpaal vijftien kom ik aan ‘Craterwall The Bluff’, nog zo’n bekende site. Via houten trappen en houten vondelpaden verken ik de kapotgeschoten ondergrond. Eén en al krater en omgewoelde bosgrond die nu als kikkerpoelen dienen. Via het ontmoetingscentrum van de Palingbeek ga ik de trappen af tot aan het oude kanaal Ieper-Komen met haar bekende sluizen die ik al eerder leerde kennen via de GR5A. Ik steek het kanaal over en verlaat dan ook meteen dit prachtig stukje natuur.


“ De vele veldslagen in en rond ‘The Bluff’ of ‘Die Grosse Bastion’ hervormen het terrein van de Palingbeek tot wat het nu is. Langs beide kanten in de hoge door de mens aangelegde oevers en flanken van het kanaal Ieper-Komen hadden de Britse Engineers en de Duitse Pioniere stellingen uitgebouwd. Deze flanken liggen zo’n veertig meter uit elkaar. Vooral de noordelijke zijde, The Bluff of Die Grosse Bastion, die in Britse handen was, lag bijna tien meter hoger dan de Duitse overkant, Die Kleine Bastion. Dit vormde zo een uitstekende observatiepost waardoor beide partijen zwaar vochten om dit strategische punt in handen te krijgen. Vanaf de Tweede Slag om Ieper, april 1915, lagen de Britse 28e divisie en het Duitse 99e infanterieregiment er tegen elkaar.”


Ik kom midden op een golfterrein terecht, op een infobord krijg ik inzicht in wat hier voor de Eerste Wereldoorlog te zien was. Hier stond één van de grootste kastelen van de Westhoek. Helaas blijft er van het kasteel niets meer over en is het domein omgetoverd tot een slagveld voor de golfliefhebber. Ik kan door de kale haag nog restanten van een bunker waarnemen en iets verder het monument van de gebroeders Mahieu. Iets verder staan er aan de kant van de weg richtingaanwijzers, eentje voor Voormezele en eentje voor Armentières de eindbestemming voor de volgende etappe.


“Van rijke textielbaronnen tot strijdende soldaten in Verdun en in de lucht rond de Somme. De gebroeders Mahieu, beide kwamen ze uit Armentières, bouwden een luxueus kasteel op een zestig hectare groot domein in Hollebeke. Het kasteel zelf stond op grondgebied Voormezele. Toen de oorlog uitbrak, kwam het kasteel in oktober 1914 in de vuurlinie terecht. Ondertussen bevonden de gebroeders Mahieu zich in de strijd. De Beierse troepen konden het kasteel veroveren waarna het in Duitse handen bleef tot 7 juni 1917, de dag van de grote Mijnenslag, Slag om Mesen. Vandaar de Duitse benaming Bayernschloß. Tot april 1918 bleef het kasteel in Britse handen, tot de Duitsers het tijdens het Duits lenteoffensief van 1918 terug konden veroveren. Auguste Mahieu sneuvelde in Verdun op 22 november 1916 in het Bois des Caures, op 29-jarige leeftijd. Michel Mahieu sneuvelde op 27-jarige leeftijd tijdens de nacht van 2 op 3 mei 1918 tijdens een bombardement. Hij stortte neer met zijn vliegtuig in de vijandelijke linies. Hij overleefde de crash maar zou vervolgens alsnog zijn omgekomen door een kogel in de nek in de buurt van Ham, Somme”


Ik stap verder in de richting van Sint-Elooi waar er nog een oorlogssite ligt. Jammer genoeg is de site afgesloten en kan ik de mijnkrater niet bezoeken. Iets verder aan het rondpunt staat er nog een zwaar Duits stuk, een kanon, opgesteld richting Ieper. Via de Sint-Elooisweg kom ik bij een kleiner militair kerkhof, het ‘Bus House CWGC Cemetery’ en volg het onverharde pad richting Voormezele. In de verte kan ik de kerk al waarnemen. Eenmaal aangekomen in Voormezele bezoek ik het kerkhof aan de kerk en ik doe er een aparte vondst. Aan een groot grafmonument zie ik twee obussen die zich in het monument hebben geboord. Het zijn kennelijk blindgangers en men heeft ze laten zitten. Op het kerkhof bezoek ik het eenzame graf van ‘Lieutenant E.W. Robbinson 5th Lancers 25th october 1914’.


Niet veel later zit ik in de wagen en ben ik op weg naar Ieper om mijn plooifiets op te halen.

Dit was een zeer leerrijke etappe en er was zoveel te ontdekken dat ik niet alles kon bezoeken. Ik ben er wel zeker van dat deze etappe wandelaars een idee geeft van de strategische ligging van Ieper zelf en de Ieperse veldslagen. Mijn volgende etappe tot in Armentières zal het einde zijn van het eerste deel van het Westelijke front en The Western Front Way.



113 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven